Categorie archief: Vlindersoorten

De roze Pinksterbloem en het Oranjetipje.

Oranje_0003Een Pinksterbloem (Cardamine pratensis) vol in de knop.

In de vochtige tot erg natte gedeelten van de Maatlanden zijn vanaf begin april de prachtige roze bloemetjes van de Pinksterbloem (Cardamine pratensis) weer volop te bewonderen. De zeer algemeen voorkomende plant voelt zich hier erg thuis en uit dat, door een prachtig rozepaars tapijt te vormen op de plaatsen waar hij massaal voorkomt. Althans, weer in toenemende mate.

Oranje_0000Door het warme aprilzonnetje ontluiken de vele knopen weldra tot prachtige bloemen.

Ook de Pinksterbloem heeft in het verleden te lijden gehad van de moderne landbouw. De vochtige landerijen werden door middel van sloten ontwaterd en het overvloedig gebruik van kunstmest deed de plant ook al geen goed. Het aantal vindplaatsen nam misschien niet af, maar het aantal bloeiende planten echter wel. Vandaag de dag past de eigenaar van veel graslanden in het gebied, Staatsbosbeheer, een verschralingsbeleid toe. Dit houdt in, dat er geen nieuwe voedingsstoffen meer in de bodem terecht komen. Ook wordt het water langer in het gebied vastgehouden, waardoor de graslanden weer hun vochtige status terug gaan krijgen.

Oranje_0001Over de lilakleurige kroonbladeren van het bloemetje loopt een aantal duidelijk zichtbare en donkerpaars gekleurde aderen.

De Pinksterbloem bezit bloemetjes die zich in trosvormige bloeiwijze uiten. Op de lilagekleurde kroonbladeren van het bloemetje zijn de donkerpaars gekleurde aderen duidelijk zichtbaar. Meestal bevinden er zich vijf van deze aderen op een kroonblad.

Oranje_0002De helmknoppen van de zes meeldraden zijn geel van kleur.

Een uitgekiende wijze om zich voort te kunnen planten op de zeer natte bodem, is toch wel dat de kortgesteelde deelblaadjes kleine worteltjes vormen terwijl ze nog aan de plant zitten. Zodra deze op de grond vallen, kan er een nieuwe plant ontstaan. Dit verhoogt de kans op nakomelingen, daar het zaad kan gaan schimmelen op de vochtige bodem en dan nutteloos voor de voortplanting is. Dit verklaart ook waarom de plant, ondanks de intensieve landbouw en veeteelt, kans heeft gezien om op de plaatsen waar hij voorkomt, voort te kunnen blijven bestaan.

Oranje_0004Een Oranjetipje (Anthocharis cardamines) schuilt op een Pinksterbloem tijdens een regenbui.

Naast dat de Pinksterbloem inventief is als het over de voortplanting van de plant gaat, maakt de plant ook nog eens deel uit in een voortplantingscyclus van een vlinder. De Pinksterbloem is één van de waardplanten van een rups waaruit het Oranjetipje (Anthocharis cardamines) ontstaat.

Oranje_0006Een Oranjetipje rust uit op een Paardenbloem (Taraxacum officinale).

Het mannetje van het Oranjetipje is gemakkelijk te herkennen aan zijn oranje vlekken aan het einde van zijn vleugels. Bij de vrouwelijke exemplaren ontbreekt de oranje vlek. Aan de onderzijde van de vleugels bevindt zich een gevlekt patroon van groene en witte vlekken, dat veel aan een camouflagepatroon van militaire kledij doet denken. Net zoals de Pinksterbloem, geeft de vlinder de voorkeur aan matig vochtige graslanden bij bossen als leefgebied. De vliegtijd is van maart tot en met juni.

Oranje_0005Een mannelijk exemplaar van het Oranjetipje op het jonge blad van een Braam (Rubus).

De hazelaar (Corylus avellana).

Hazelaar_0000De struik waaraan de heerlijke hazelnoten verschijnen, de hazelaar (Corylus avellana), is vaak al vanaf de voet vertakt. De schors is glad en bruin tot grijzig van kleur.

Een ander en een zeer veel voorkomend familielid van de berk, beiden komen uit de berkenfamilie met de prachtige naam Betulaceae, in de Maatlanden die bekend staat om zijn typerende maar vooral heerlijke nootvruchtjes is de hazelaar (Corylus avellana). In het Rôners dialect noemt men het vruchtje van de hazelaar, de hazelnoot, ook wel een “hoazelneut”.

Hazelaar_0001Langs dit weggetje zijn de vele hazelaars duidelijk aanwezig. Naast dat de hazelaar heerlijke vruchten bezit, zorgt de struik ook voor grillige schaduwpatronen op de grond.

De hazelaar treffen we vrijwel overal aan in de Maatlanden. De struik staat in het bos, in de bosranden, in struwelen en op de houtwallen. Zolang het maar een zonnige tot matig beschaduwde plaats is op droge tot vochtige met een matig voedselrijke, zwak zure tot vaak kalkhoudende en minerale grond is. Ondanks dat men in de vakliteratuur schrijft dat de bodem ook goed doorlucht moet zijn, doet de struik het ook geweldig op de potkleibodem van de Maatlanden. En ver buiten de Maatlanden komen we veel hazelaars ten noorden van het dorp Roden tegen, die de eigenschappen van de potkleibodem weten te waarderen.

Hazelaar_0002Het bont zandoogje (Pararge aegeria) maakt graag gebruik van de grillige schaduwpatronen, die de hazelaar op de bodem weet te veroorzaken.

Het bont zandoogje (Pararge aegeria) en de hazelaar vormen op enkele plaatsen een prachtige symbiose. De hazelaar vormt grillige schaduwpatronen op de bodem waarvan het mannetje van de vlinder gebruik van maakt. Het mannetje maakt gebruik van de schaduwpatronen, om verdekt te zitten waken op een tactische plaats in zijn territorium. De camouflagekleuren helpen het mannetje om niet op te gaan vallen. Het is een waar spektakel als het mannetje op zijn plekje wacht totdat er een vrouwtje aankomt vliegen en een ander mannetje verschijnt ten tonele. Het mannetje vliegt dan op om de concurrent te verjagen, wat een prachtig schouwspel oplevert.

Hazelaar_0003De hazelaar is de eerste bloeiende struik in de wintermaanden. Misschien zijn dit de overblijfselen uit de tijd, toen de de struik zich nog moest blijven aanpassen aan de nukken, die elke ijstijd met zich meebracht.

De hazelaar komt al heel lang in het gebied voor. Tijdens het Midden-Pleistoceen, zo’n 126.000 tot 781.000 jaar geleden, kwamen er in de warmere periodes tussen de ijstijden, interglacialen, veel loofbossen voor in ons land. Misschien onvoorstelbaar vandaag de dag, maar de temperatuur had in de maand juli tijdens deze interglacialen vaak een gemiddelde van 18 graden Celsius.

Hazelaar_0004Restanten van hazelnoten op de bodem van het bos. Waarschijnlijk zijn de hazelnoten ten prooi aan muizen gevallen.

Van de hazelaar zijn in Nederland een flink aantal pollen aangetroffen, die uit het Midden-Pleistoceen stammen. Pollen is gewoon een ander woord voor stuifmeel. De stuifmeelkorrels van de hazelaar zijn zeer goed bestand tegen verwering. Waarschijnlijk is dit één van de redenen, waarom grote hoeveelheden fossiele pollenkorrels in ons land worden aangetroffen. Ook fossiele exemplaren van hazelnoten bieden veel informatie. Zo is gebleken, dat de hazelnoten uit het Laat-Pleistoceen ongeveer net zo groot waren, als de huidige hazelnoten.

Hazelaar_0005De mannelijke bloemen van de hazelaar zitten in katjes. De grijs tot lichtgroen gekleurde katjes ontstaan al in de zomer en bevinden zich in de oksels van de bladeren.

De hazelaar is een éénslachtige, éénhuizige plant waar die bloemen eerder verschijnen dan de bladeren. De term éénslachtig wil gewoon zeggen dat een bloem alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen bezit, éénhuizig geeft aan, dat er zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen op dezelfde plant voorkomen. Het zijn echter de mannelijke bloemen, ook wel katjes genoemd, die de meest opvallende bloeiwijze bezitten.

Hazelaar_0006Het is een prachtig gezicht om de al aanwezige knoppen van de mannelijke bloemen aan het einde van de zomer tussen de groene bladeren te zien.

De mannelijke katjes bezitten bloemen, die uit kleine schubben en meeldraden bestaan en al in de zomer ontstaan wanneer de hazelaar nog vol met bladeren zit. In het najaar en tijdens de winter gebeurt er vrij weinig met de katjes en staat de ontwikkeling zelfs vrijwel stil.

Hazelaar_0007Door de hoge temperaturen, die de winter van 2013/2014 tot nu toe kenmerkt, krijgt de hazelaar het gevoel dat het al voorjaar is. De katjes beginnen al te verkleuren.

Zodra de hazelaar verneemt dat het warmer begint te worden, ontwikkelen de katjes zich verder. Het katje begint te verkleuren en de schubben gaan langzaam uit elkaar staan. Ook wordt het katje zichtbaar iets breder en langer, en bereiken soms wel een lengte van 12 centimeter. Tijdens erg zachte herfst- en wintermaanden, zoals het in deze winter van 2013/2014 het geval is, kan de hazelaar het gevoel krijgen, dat het al voorjaar is.

Hazelaar_0008Dat de hazelaar het gevoel heeft, dat het al voorjaar is, kunnen we aan de katjes zien. Vanaf begin januari bloeien de hazelaars in de Maatlanden er vrolijk op los.

Vanaf het begin van de maand januari waren de vele bloeiende hazelaars in de Maatlanden al te bewonderen. De hazelaar is trouwens de eerste struik die begint te bloeien in de late winter en in het vroege voorjaar. Als de mannelijke bloemen rijp zijn, beginnen ze pollen af te geven aan de lucht. De pollen, het stuifmeel dus van de mannelijke bloem, kunnen we gaan zien als de zaadcellen bij de mens en dier. Deze zijn afkomstig van de meeldraden en worden verspreid door insecten en de wind.

Hazelaar_0009Een mannelijke bloeivorm, een katje, staat op het punt zijn stuifmeel te gaan verspreiden. Als de hazelaar zijn stuifmeel gaat verspreiden, gaat dit gepaard met enorme hoeveelheden pollen. Deze zijn een kwelling voor mensen met een allergie voor de pollen, waardoor ze hooikoortsachtige verschijnselen krijgen.

Zo uitbundig als de mannelijke bloeiwijze van de hazelaar zich openbaart, zo bescheiden treedt de vrouwelijke bloeiwijze naar buiten. De vrouwelijke bloemen zitten bij elkaar verborgen in een klein knopje.

Hazelaar_0010Een prille knop van de vrouwelijke bloem. Als de vrouwelijke bloem gaat bloeien, komen er kleine roodpaarse draadvormige stempeltjes uit het knopje.

De vrouwelijke bloemen zitten met drie tot vier stuks in een klein knopje bij elkaar in de oksels van bladeren. Tijdens de bloei vallen de rood tot paarsrood gekleurde stijlen met de stempels pas goed op. Als de prachtige bloemetjes bevrucht zijn, ontstaat er een vruchtbeginsel, de latere hazelnoot. Een mooi verschijnsel rond deze tijd is, zo halverwege de maand januari en het wel bijna lente lijkt te zijn, dat de standplaats van de hazelaar er toe doet, wanneer de struik gaat bloeien.

Hazelaar_0011In tegenstelling tot de eerder getoonde en kleine knoppen aan de hazelaar, die zich in een bosrand bevindt richting het noorden, zijn de knoppen van de hazelaar, die richting het zuiden gericht staat, groter en verder in de ontwikkeling.

De op het zuiden gerichte struiken zijn verder in de ontwikkeling van de vrouwelijke bloemknoppen dan de exemplaren die op het noorden gericht zijn. Het kan natuurlijk ook puur toeval geweest zijn tijdens het fotograferen.

Hazelaar_0012Een aantal hazelnoten bij elkaar. Het jaar 2013 was een goed jaar voor de liefhebbers van de vruchten. Menig hazelaar droeg veel vruchten.

Als het vruchtbeginsel van de hazelaar begint uit te groeien tot een hazelnoot, wordt deze omgeven door een klokvormig omhulsel, dat op een mutsje lijkt. Dit mutsje bevat ingesneden schutblaadjes en groei na verloop van tijd niet meer met de vrucht mee.

Hazelaar_0014Het klokvormig mutsje is voorlopig nog groter dan het zich steeds verder ontwikkelende vruchtbeginsel.

De hazelaar is vanaf zijn tiende jaar volwassen en begint dan vruchten te dragen. De struik heeft dan een hoogte van ongeveer 6 meter bereikt. De vruchten zijn niet alleen voor de mens een lekkernij, diverse diersoorten doen zich ook tegoed aan de rijpe hazelnoten. Een aantal soorten dieren, eekhoorns, muizen, vlaamse gaaien, spechten en boomklevers leggen een voorraad hazelnoten aan, om over belangrijke voedselbron in de winter te kunnen beschikken.

Hazelaar_0013Het klokvormig omhulsel dat zo typerend is voor de hazelnoot. Het omhulsel groeit niet meer met de vrucht mee, wanneer deze zijn uiteindelijke grootte heeft bereikt en begint te verkleuren.

Doordat een aantal van deze wintervoorraden tijdens de winter niet terug gevonden kunnen worden, ontstaan er op deze plaatsen nieuwe hazelaars. De hazelnoten zijn zeer kortlevend, binnen een jaar moeten ze uitgelopen zijn, anders is de kiemkracht van de vrucht verdwenen. Als een hazelnoot wel de mogelijkheid heeft om te gaan kiemen, doet hij dit met twee kiemblaadjes. In vaktermen noemt men dit tweezaadlobbig.

Hazelaar_0015Hazelaars ontwikkelen niet specifiek een bepaald aantal vruchtbeginsels per knop. Soms zien we één hazelnoot, soms twee maar ook drie hazelnoten bij elkaar is geen uitzondering.

De smakelijke vrucht van de hazelaar is er ook de oorzaak van, dat de mens al in vroegere tijden de stuik heeft gecultiveerd. De Grieken en de Romeinen wisten de struik al in cultuur te brengen. Inmiddels bestaan er zo’n acht soorten, die in gebruik zijn als leverancier voor de overheerlijke hazelnoot. Tevens bestaan er op z’n minst nog twee soorten, de krul- en de treurhazelaar, die vanwege de prachtige vormen gekweekt worden.

Hazelaar_0016Aan het begin van de maand augustus zijn de vruchten volgroeid en beginnen ze te rijpen. De kleur veranderd van het zachte lichtgroen langzaam naar bruin.

Doordat het 10 jaar duurt voordat de hazelaar vrucht gaat dragen, past men in de industriële aanplant van de hazelaar andere technieken toe om de vruchtopbrengst en de leeftijd te gaan verhogen. De techniek die veelal wordt toegepast is enten. Tijdens het enten wordt een deel van een hazelaar in een stamt geplaatst zodat de struik al na drie jaar vruchten gaat leveren.

Hazelaar_0017De roodbruine kleur van de hazelnoot verraad dat de vruchten rijp zijn.

Naast dat de hazelaar aantrekkelijk was voor de mens vanwege zijn heerlijke nootvruchten, diende de struik ook nog voor talloze andere doeleinden. Zo werd het hout van de struik onder andere gebruikt voor het maken van houtskool of voor het aanbrengen van stevigheid in de heggen. De buigzame twijgen van de hazelaar dienden duizenden jaren geleden al om manden, hekwerken en vissersboten van te vlechten. De twijgen werden ook gebruikt bij het maken van lemen huizen, waar ze tussen palen gevlochten en daarna met leem en stro besmeerd werden.

Hazelaar_0018Hazelaars, die zich in één van de vele houtwallen in de Maatlanden bevinden.

Hazelaars voelen zich thuis in de gematigde loofbossen. Deze waren ook volop aanwezig in ons land tussen de ijstijden van het Midden-Pleistoceen, de zogenaamde interglacialen. Deze periodes werden weer afgewisseld met ijstijden, glacialen, waar bij de aanwezige loofbomen verdrongen werden door bossen, bestaande uit naaldhout.

Hazelaar_0019De hazelaar komt in de Maatlanden ook voor in de minder droge gebieden.

De hazelaar trok zich naar de plaatsen waar de struik geen last had van het koude weer en de ijstijden wist te overleven. Vaak waren dit kleine gebieden in de bergen van Zuid-Europa met een niet te droog, maar ook niet te koud klimaat. Toen, ongeveer 9000 jaar geleden de laatste ijstijd voorbij was, bleek de hazelaar zich als eerste van de schaduwhoutgewassen, waar men de hazelaar toe rekent, die terugkeerde naar het noordwesten van Europa en zich hier grote gebieden wist uit te breiden.

Hazelaar_0020In het prille april zonnetje beginnen de hazelaars in en rond de houtwal uit te lopen.

De hazelaar is dus niet zomaar een struik, die in de Maatlanden voorkomt. Het zal waarschijnlijk de eerste uit de schaduwhoutgewassen geweest zijn, die zich in de prille loofbossen thuis hebben gevoeld na de laatste ijstijd. Een ijstijd die alleen kou bracht in het gebied; de grote ijsmassa’s van een gletsjer bereikten het noorden van Nederland net niet. Had u dit gedacht terwijl u uw broodje een chocolade hazelnoot pasta aan het eten bent? Ik eerst ook niet.

Hazelaar_0021

Wandelen in de Maatlanden, het tweede deel.

Route01_2_0002Als de zon op een late namiddag nog zachtjes tussen de bomen door blijft schijnen, bespeur je iets geheimzinnig en onverklaarbaar in de lucht.

Het uitdagendste zijn de Maatlanden aan het einde van de zomer en in het begin van de herfst. De altijd aanwezige vochtigheid in het gebied maakt zich nu duidelijk kenbaar. Het is de unieke samenstelling van de bodem in het gebied, veroorzaakt door de altijd aanwezige potklei, die die er voor zorgt dat de vochtigheid in de grond blijft zitten.

Route01_2_0001Het iele vroeg herfstig zonnetje laat zich graag nog eens zien in de late namiddag.

De nevel en de mistflarden zijn in deze periode zeer prominent aanwezig. Het zal op de vroegere en bijgelovige mens een ingrijpende indruk hebben gemaakt. Het is dan ook niet moeilijk voor te stellen, dat de monniken, die vanaf het einde van de vijftiende eeuw al in dit gebied werkten om boete te doen voor de door hen gepleegde zonden, de dag berouwden dat ze over de schreef gegaan waren. Echter, hen restte niets anders dan diep te zuchten en maar doorgaan met het zware werk.

Route01_2_0003Het wandelpad op een mistige ochtend. Doordat het gebied van nature erg nat is, ontstaat er vrij snel nevel. Hoe mooi is het dan om te zien, hoe de opwarmende zonnestralen als vlijmscherpe messen door de nevel heen snijden?

Niet alleen voor de monniken, die ondeugend waren geweest, was het gebied geen luxe vakantieoord om te vertoeven. Tussen de zestiende en de zeventiende eeuw was de simpele ziel die hier door het gebied kwam, als de dood dat de duivel hem hier kwam halen. Natuurlijk, het gebied zag er toen nog heel anders uit. De uitgestrekte en altijd vochtige heidevelden zullen in de herfst regelmatig bedekt zijn geweest met mistflarden.

Route01_2b_0003De zo typerende mistflarden, die hier aan het einde van de zomer en in het begin van de herfst duidelijk aanwezig zijn, werden vroeger “Witte wieven” genoemd.

De mistflarden werden in het verleden door de mens als “Witte wieven” betiteld. Ze werden gezien als mythische wezens in vrouwenfiguren die soms goedaardig, soms kwaadaardig zijn.

Route01_2_0004Het is goed voor te stellen, dat de vroegere en zeer bijgelovige mens, in de ineens opduikende zonnestralen een teken zal hebben gezien. Misschien wel een goed, misschien ook wel een slecht teken. Wie zal het zeggen?

De aanwezigheid van een aantal plantensoorten, zoals het groot heksenkruid (Circaea lutetiana), werden ook gezien als werk van de duivel en zijn helpers, de heksen. De heksen zouden de planten op de plaats hebben gepoot om de nietsvermoedende voorbijganger te laten verdwalen.

Route01_2_0005Voordat de zon vat kan krijgen op de kille nazomerse mist, blijft dit gebied een mysterieuze sfeer uitstralen.

Meer van zulks als de witte wieven is na te lezen in het artikel “Over hekserij, witte wieven en meer bijgeloof” te lezen. Het is natuurlijk duidelijk, dat het gebied met zijn vochtige heidevelden, mistflarden en vreemde geluiden, bij menig erg bijgelovig mens de stuipen op het lijf gejaagd zal hebben. Gelukkig weten wij vandaag de dag beter en genieten we van de prachtige natuurverschijnselen die het gebied ons weet te bieden.

Route01_2_0006Het wandelpad en de bosrand gezien vanuit het noorden. Het is nu goed te zien, dat het zuidelijk gelegen bos bestaat uit loof- en naaldhout. Het is dus een gemengd bos.

De ondeugende monniken van de uithof in Terheijl hadden in het verleden waarschijnlijk ook al een steenbakkerij in het noorden van de Maatlanden. Maar de eerste én de enige poging om hier een commerciële vond plaats rond het midden van de negentiende eeuw. Toegangswegen waren dus noodzakelijk om de grondstoffen te kunnen leveren en het product te kunnen afvoeren.

Route01_2_0008De restanten van een oude zandweg zijn nog duidelijk zichtbaar in het weiland. Het weggetje liep vanaf hier richting het noorden, waar zich onder andere de steenbakkerij zich bevond.

Rond die tijd kwam ook de ontginning van het vochtige heideveld en de zuidelijker gelegen veengebieden, daar waar nu het gebied rond Nieuw-Roden zich bevindt, goed op stoom. En zeker toen de toenmalige gemeente Roden tolhuisjes ging plaatsen aan de toegangswegen naar het dorp, namen de weggetjes enorm toe in populariteit. Niet dat het de gebruikers nu veel tijdwinst opleverde of een financiële besparing. In enkele boerderijen of woonhuizen, die zich langs de sluiproute bevonden, waren gelagkamertjes ingericht. Wilde men aan de desbetreffende woning voorbij, diende men eerst een “zeupie”, een helder borreltje, te kopen. Restanten van deze weggetjes zijn hier en daar nog goed zichtbaar.

Route01_0021In de jaargetijden wanneer er zich nog volop bladeren aan de bomen bevinden, valt de ingang in het gemengde bos minder op.

Na ruim 150 meter vanuit de kruising richting het westen gewandeld te hebben, bestaat de mogelijkheid om linksaf te slaan en een bos in te gaan. Dit pad dat ons door het bos voert is eigenlijk pas na het verharden van het wandelpad, aantrekkelijk geworden om te gaan volgen. Ook bestaat de mogelijkheid rechtdoor te blijven lopen tot aan het fietspad en dan linksaf te gaan. Beide routes zal ik proberen duidelijk te beschrijven.

Route01_0022In de winter ziet de ingang er minder uitdagend uit. Deze route is tijdens de herfst en de winter dan ook niet geschikt om met een rolstoel te gaan volgen, of voor mensen die slecht ter been zijn.

We laten de route door het bos eerst voor wat hij is, en gaan door richting het fietspad. Doordat enkele wandelpaden door de beheerder zijn verhard, is het nu ook mogelijk voor mindervalide mensen, waaronder mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel, delen van het gebied te kunnen gaan bezoeken.

Route01_2b_0000Het einde van het wandelpad is bijna bereikt en we gaan richting het fietspad. Het zijn de laatste blikken over dit gedeelte van het gebied.

Als men hier een verrekijker bij de hand heeft, zal er een geheel andere wereld opengaan zodra er een blik over het weiland geworpen wordt. Wie weet, zijn de reeën actief, vliegt er één van de buizerds loom door de lucht veel kabaal te maken of zijn de spechten druk bezig met hun geschreeuw en geklop op de bomen. Meestal is het de grote bonte specht, maar soms is de grote groene specht ook waar te nemen.

Route01_2b_0002Op de achtergrond is een bos en de houtwal te zien.

Aan het einde van het verharde wandelpad loont het de moeite om even stil te blijven en nog eens goed om je heen gaan kijken. Je gaan beseffen hoeveel zweetdruppels de landarbeiders hier gelaten hebben tijdens het ontginnen van de heide, het in poten van de jonge aanplant en veel later, de ontstaande bossen weer hebben gerooid zodat de boeren hier hun vee konden laten grazen. Of de aangeschoten boerenknecht, die hier menigmaal voorbij is gereden met een wagen vol hooi en elke keer een zeupie moest kopen bij één van woningen om verder te kunnen gaan?

Route01_2b_0001Resten van de struweel die eens hier het weggetje en het weiland scheidde.

In het verleden was het voor een boer in dit gebied goedkoper een struweel aan te leggen dan prikkeldraad gaan gebruiken. Een struweel is eigenlijk niet meer dan een vegetatie van struiken, die gemiddeld tussen de 1 en 5 meter hoog worden.

Route01_2b_0005Een blik over het fietspad richting Nietap.

Voor de diverse soorten bramen die in het gebied te vinden zijn, was het struweel ideaal om in te gaan groeien. Veel bezoekers die de oude situatie nog kennen voordat het hier werd opgeknapt, zullen zich de enorme braamstruiken nog wel voor de geest kunnen halen. Restanten van de struwelen zijn hier en daar nog te zien, en de bramen? Die groeien er nu weer volop en in grote getale.

Route01_2b_0004Het fietspad richting het zuiden, naar Roden.

Als we het fietspad richting het zuiden gaan volgen, komen na een meter of 60 op het punt waar ook het bospad door het bos eindigt. Vanaf hier loopt de route weer samen met de route die door het gemende bos gaat. In het volgende artikel nemen we de route door het gemengde bos en vervolgen de weg tot het eindpunt. Het is en blijft een ware belevenis voor de bezoeker om door het gebied heen te gaan. Ook tijdens deze korte route zal menigmaal het gevoel overheersen hoe het hier in vroegere tijden geweest moet zijn.

Route01_2b_0006De ingang van het “Professorbosje” aan de zijde van het fietspad.

Wandelen in de Maatlanden, het eerste deel.

Route01_0002Scholieren van de nabij gelegen regionale scholengemeenschap “de Borgen” interviewen bezoekers van de Maatlanden voor een nieuw leerproject.

Voor de leergierige bezoeker of natuurliefhebber met een grote interesse voor oude bossen en historie, is het gebied van de Maatlanden ideaal om er enige tijd door te gaan brengen. Door de unieke samenstelling van het gebied, dat gevormd is door de altijd aanwezige potklei, zijn zowel bossen, de heide en weilanden zeer de moeite waard om eens nader te gaan bekijken.

Route01_0001De in het zuidoosten gelegen ingang van het gebied is een restant van een oude weg. Deze weg liep van de toegangsweg naar het toenmalige Roderveld, nu Nieuw-Roden tot aan het Westeinde in het gehucht Leutingewolde.

Het gebied is ideaal geschikt om zowel een korte als een lange wandeling te gaan maken. Parkeergelegenheid is er voldoende voor de bezoeker met een auto op de nabij gelegen parkeerplaatsen van de regionale scholengemeenschap “de Borgen”. Een mogelijkheid om in het gebied een paar dagen te kunnen overnachten is ook aanwezig. Bij Bed and Breakfast De Zulthe, een perfecte overnachtingsgelegenheid van de altijd opgewekte en vrolijke eigenaresse Tiny de Groot, kan men tegen een geringe vergoeding, één of meerdere nachten doorbrengen in het prachtige huis.

Route01_0004Na ruim 20 meter over het weggetje gelopen te hebben, is aan de linkerzijde één van de twee ingangen van een weiland te zien. Op een vroege ochtend kan men hier een paar reeën bewonderen of toekijken hoe een lawaaierige buizerd zijn jachtgebied vanuit inspecteert en plaatsneemt in een van de bomen in een houtwal.

Het is raadzaam, naast een paar stevige wandelschoenen, ook ander waterdicht schoeisel mee te brengen als men voornemens is, het gebied te gaan bezoeken. De structuur van het gebied is zodanig, dat door de aanwezigheid van de zeer taaie en dichte potklei, de neerslag langer blijft liggen en er dan slecht begaanbare paden kunnen ontstaan.

Route01_0000Zo’n 40 meter voorbij de eerste ingang van het weiland, bevindt zich een tweede ingang. De aanwezige houtwallen aan beide zijden bevatten zowel loof- als naaldbomen.

Een meegebrachte verrekijker zal, ongeacht in welk jaargetijde men zich ook bevindt, geen overbodige luxe blijken te zijn. Op een vroege ochtend zijn er enkele reeën te zien in het aan de linkerkant gelegen weiland, grote bonte spechten in de boomtoppen van de bomen en vele soorten kleine vogeltjes. En met een beetje geluk, zijn de eekhoorntjes ook al aanwezig in de kruinen van de bomen.

Route01_0007In het vroege voorjaar is nog maar weinig groen aan de bomen te zien. Behalve het groen van het gras, de klimop en de naaldbomen in de houtwallen.

In het verleden werden de weilanden vrij intensief gebruikt door de boeren om hun vee hier te laten grazen. Tegenwoordig zijn de weilanden in het bezit van Staatsbosbeheer en is de intensieve veehouderij vrijwel verdwenen binnen het gebied. Het vee wat we nog kunnen tegenkomen in enkele van de weilanden zijn af en toe een paar schapen, Schotse hooglanders en enkele pony’s. Misschien zelfs nog wel een verdwaald paard.

Route01_0009Als de maand mei begonnen is, begint het gebied langzaam uit zijn winterslaap te ontwaken.

Dit gedeelte van het weggetje is ook erg populair bij veel mensen, die hier komen om hun hond uit te laten. Doorgaans zijn het zeer vriendelijke mensen met passie voor het gebied en nooit te beroerd om informatie te verstrekken over de plaats waar men zich bevindt. Het gebied is natuurlijk ook voor de hond een prachtige plaats om met de eigenaar te vertoeven. Mits aangelijnd, zijn ze zelfs zeer welkom in het gebied van de Maatlanden.

Route01_0005Een inkijk vanuit de tweede ingang van het weiland richting het bos en de aan de rechterzijde gelegen houtwal. De vele zomereiken op de houtwal zijn favoriete schuilplaatsen voor de buizerd waaruit de vogel zijn territorium in de gaten kan houden.

Afhankelijk van het jaargetijde, varieert het gebied in een ontluikende oase van groen in het voorjaar, dat langzaam overgaat in meerdere kleuren groen en geel in de zomer. De herfst biedt het een van groen, dat langzaam aan overgaat van rood naar bruin getinte kleuren, terwijl de winter juist alle geheimen blootlegt, dat in de andere jaargetijden voor het oog verborgen blijft.

Route01_0006Een wegvliegende buizerd is geen zeldzaamheid in het gebied. Vaak zijn ze als van verre te horen als ze in de lucht hangen en hun kenmerkend gemiauw laten horen.

Elk jaargetijde heeft wel iets bijzonders. In het voorjaar beginnen de planten te ontluiken in het bos waarvan de bodem bezaait is met enorme groepen bloeiende bosanemonen, geel speenkruid en witte klaverzuring, die zich nu nog tegoed kunnen doen aan de zonnestralen. Later als de bomen meer bladeren dragen, weerhouden de bladeren de zonnestralen ervan om de bodem van het bos nog op te kunnen warmen.

Route01_0003Aan het einde van de zomer of vroeg in het begin van de herfst, blijft het weggetje zijn karakteristieke uitstraling behouden. Linksonder op de afbeelding is nog een gedeelte van de tweede ingang richting het weiland zichtbaar.

In de zomermaanden oogt het gebied eerder iets vol. De bomen dragen inmiddels bladeren, in de weilanden zijn het gras en de vele planten aan het groeien geslagen. Planten zoals de boterbloem kleuren vele weilanden geel en de diverse soorten bramen, die in de Maatlanden voorkomen, bloeien alsof hun leven er vanaf hangt.

Route01_0008In de winter oogt het gebied dood en kaal. Echter dit jaargetijde biedt de kans om de weidsheid van het gebied goed te kunnen bekijken.

Voor de liefhebbers van bonte kleuren en en die van paddenstoelen is de herfst werkelijk een genoegen om door de Maatlanden te mogen wandelen. Van de ruim 300 soorten paddenstoelen die het gebied herbergt, zijn de meesten gewoon vanaf de wandelpaden te bezichtigen. Het buiten de paden treden is in het gebied echter niet toegestaan. Voor verzamelaars van bramen vereist het dus de nodige kunsten om de in overvloed voorkomende vruchten te kunnen vergaren.

Route01_0010In de maand juni boeien de vele boterbloemen uitbundig. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het hier in de weilanden dan ook wemelt van de vele soorten insecten en prachtige vlinders.

De winter is het jaargetijde voor de echte ontdekkers. Doordat de bomen kaal zijn, bestaat nu de kans om onder andere de structuur van het gebied goed te kunnen waarnemen. Vooral de prachtige glooiingen rond het stroomgebied van het kleine stroompje “de Zulther Bitse” of de oude kleiafgravingen, die in het noorden van de Maatlanden prominent aanwezig en dan duidelijk zichtbaar zijn.

Route01_0011Een typisch beeld van de westelijk gelegen houtwal langs het weggetje.

Na ruim 100 meter bevindt zich een kruising in het weggetje. In het verleden was dit punt de plaats waar een andere weg eindigde. Of hier begon, het is maar net hoe je er tegen aankijkt. Tegenwoordig is het een verhard en begaanbaar pad geworden. Voorheen was het verworden tot een smal en modderig paadje dat overwoekerd werd door de vele braamstruiken, die zich naast het paadje bevonden. Het ongeveer 240 lange pad gaat richting het westen en loopt door tot aan het fietspad, dat de dorpen Roden en Nietap met elkaar verbindt.

Route01_0012Aan het eind van de maand augustus beginnen de nachttemperaturen te dalen en neemt de kans op nevel in het gebied toe. Het is dan ook een prachtig gezicht en een wonderbaarlijke ervaring om mee te maken, als de eerste zonnestralen door de nevel beginnen te snijden. Op de achtergrond is de ingang naar de Maatlanden te zien.

Het mooie van dit punt is toch wel, dat er een prachtige diorama van het gebied verschijnt zodra men richting het noorden kijkt. In de winter en in het vroege voorjaar zijn de weilanden vrijwel kaal en zijn er, naast de prachtige glooiingen van het stroomgebied van de Zulther Bitse, de vele pitruspollen te zien. Tevens is dan ook de invloed van de potklei duidelijk zichtbaar en goed waarneembaar.

Route01_0013Het punt waar alle paden samenkomen, gezien vanuit het noorden op een zomerse middag. Hier is het goed vertoeven tijdens de erg warme dagen in de schaduw van de bomen.

Een ander pluspunt van deze plaats is toch wel, dat men hier ‘s ochtends de vele reeën in alle rust kan gaan bekijken. Meestal zijn de schuwe diertjes in groepjes van twee tot drie stuks langs de houtwal tussen de twee weilanden te bewonderen. Een verrekijker is dan ideaal om bij de hand te hebben.

Maar niet alleen de reeën zijn vanaf dit punt goed te zien, enkele roofvogels, waaronder de buizerd, gebruiken de bomen om op een prooi te loeren of om even uit te gaan rusten.

Route01_0016In de winter zijn naast de pitruspollen, ook wel rusgepollen genoemd in het Rôners dialect, de sporen van de potklei duidelijk zichtbaar. Veel gedeelten van de Maatlanden zijn dan kletsnat en erg modderig.

Route01_0014Het wandelpad dat zich tussen het kruispunt en het fietspad bevindt. Voordat het pad en de naast liggende kantstroken werden aangepakt, was dit een zeer smal en modderig paadje.

Aan het einde van het voorjaar en in het begin van de zomer, lijkt het gebied een transformatie te ondergaan. De bladeren verschijnen aan de bomen en de weilanden vullen zich met uitbundig bloeiende bloemen. De bloeiende bloemen trekken op hun beurt weer veel insecten en vlinders aan, wat op zijn beurt er weer voor zorgt, dat dieren die de insecten en vlinders eten, ook hier te zien zijn.

Route01_0015Nogmaals het wandelpad, maar nu richting het oosten waar de kruising zich bevindt. Hier staan en aan het einde van de zomer de eerste zonnestralen door de nevel te zien snijden, is een gebeurtenis die zeer indrukwekkend is.

Als de zomer aan zijn einde is gekomen en de herfst laat merken dat hij er aankomt, ondergaat het gebied weer een complete verandering. De weilanden zijn inmiddels een paar keer gemaaid, de bladeren aan de bomen verkleuren, de vele bramenstruiken zitten vol vruchten en het wemelt van de paddenstoelen.

Route01_0017Tussen het geel van de vele bloeiende boterbloemen, het rode van de bloeiende veldzuring en het groen van de houtwal, valt een geelgroen gekleurde vliegden op. De vliegden markeert een oude dobbe waardoor de Zulther Bitse doorheen stroomt.

In het verre verleden bestond het gebied uit heide. Toen de vochtige heidevelden rond het midden van de negentiende eeuw hier ontgonnen waren, werden er hier groot bos geplant met het doel om het hout, dat het bos ging opleveren, te kunnen gebruiken voor allerlei bestemmingen.

Route01_0018Een paar reeën die zich tegoed doen aan het gras in het weiland. Veelal blijven de reeën langs de houtwal om, als er gevaar dreigt, snel te kunnen vluchten naar het naastgelegen weiland om zich in het hoge gras te kunnen verstoppen.

Vanaf het eerste kwart van de vorige begonnen de boeren de bossen te rooien en legden weilanden aan om hun vee hier te kunnen laten grazen. Om ‘s winters het vee te kunnen blijven voeren, ging met het land extra bemesten zodat het gras begon te groeien en hooi kon gaan opleveren. Niet dat het hooi van een hoge kwaliteit was, maar goed, het was hooi.

Route01_0019Het weiland in het begin van de herfst. De wolken boven het gebied voorspellen weinig goeds.

Vanwege de natte samenstelling van het gebied, dat veroorzaakt wordt door de niets doorlatende laag potklei, begonnen de boeren met het aanleggen van een slotenstelsel om het grondwaterpeil naar beneden te krijgen. Veel van het water werd door de boeren naar het stroompje de Zulter Bitse geleid met de gedachte dat het zo snel mogelijk weg moest uit dit gebied.

Voor een snelle afvoer van het water, bleek het stroompje in zijn originele vorm niet te kunnen voldoen en werd rechtgetrokken. Het stroompje is in de buurt van Roden vrij uniek, omdat het als enige niet in het Peizerdiep, maar in de toenmalige beek “de Leecke” uitmondde.

Route01_0020Nogmaals een blik over het gebied, maar nu in het begin van de maand juni. Een prachtig kleurenpalet is ontstaan, een kunstwerk dat alleen de natuur kan creëren.

De houtwal tussen de twee weilanden stamt waarschijnlijk nog uit de tijd dat de weilanden zijn aangelegd. Tegenwoordig heeft de houtwal als zodanig geen functie meer nadat het houden van vee hier niet meer van toepassing is.

Route01_0023De houtwal tussen de twee weilanden is niet alleen een afscheiding, maar ook route voor de eekhoorntjes. De eekhoorntjes gebruiken de houtwal om van het zuidelijk gelegen bos naar het noordelijk bos te komen, en visa versa.

Voor veel dieren heeft de houtwal echter nog wel degelijk nut. De eekhoorntjes gebruiken de houtwal als een weg, vele roofvogels zitten hier te loeren op een prooi, de grote bonte specht peuzelt zijn eten op en de reeën gebruiken de houtwal om er tijdens het grazen dekking te kunnen zoeken.

In vroegere tijden liep er om de weilanden nog veel prikkeldraad om het vee binnen de percelen te kunnen houden. Het prikkeldraad is inmiddels verwijderd door de enthousiaste vrijwilligers van Staatsbosbeheer.

Route01_0024Aan het zuidelijk gelegen einde van de houtwal bevindt zich het wandelpad dat vanaf het kruispunt afkomstig is.

Niet alleen is het prikkeldraad verdwenen en het wandelpad werd opgeknapt, ook heeft de eigenaar van het gebied het beleid ingezet om dit gedeelte van de Maatlanden terug te brengen naar de staat die het had zo’n 150 jaar geleden. Dit betekent dus dat er nog steeds veel activiteiten hier plaatsvinden, naast het gebruikelijke onderhoud, die het gebied weer in de oude staat terug te zien te krijgen. Ook hier zijn de actieve vrijwilligers van Staatsbosbeheer actief mee bezig.

Route01_0025De sporen van de sloot in dit weiland zijn duidelijk zichtbaar. Ondanks dat de sloot tijdens het ontwateren van Terheijl gegraven is, beginnen de glooiingen van het stroomgebied van de Zulther Bitse al iets voorbij het midden.

Het tweede weiland is vanouds altijd al zeer vochtig geweest. Voor het aanleggen van de vele sloten in het gebied, kwam hier kwelwater omhoog. De regionale kwel wordt inmiddels door het slotenstelsel al opgevangen voordat het dit gebied nog bereiken kan, de lokale kwel dient zich pas aan tijdens de nattere periodes van het jaar.

Route01_0026Het meest west gelegen weiland ligt oostelijk van het Natuurschoon en het fietspad tussen Roden en Nietap.

In het noordelijk gedeelte van het weiland is een project gestart, waarbij de gedachte van het herstellen van oorspronkelijk stuk bos de leidraad vormt. De opzet is een bos te gaan creëren van zomereiken en zwarte elzen met een paar groepen van meidoorns er voor. Het resultaat lijkt tot nu toe nog zeer bevredigend. De jonge aanplant slaat goed aan en de vraatschade door het wild blijkt de jonge boompjes niet te deren. De actieve vrijwilligers waren hier ook druk bezig het hoge gras, waar de jonge aanplant zich tussen bevindt, plat te stampen om er voor te zorgen dat ze voldoende licht krijgen en niet in de winter worden platgedrukt door het gras en de sneeuw.

Route01_0027Nog een blik over het weiland. Op de achtergrond is een lichtbruine strook zichtbaar. Het is het afgestorven hoge gras waartussen zich de jonge aanplant bevindt. Het gras kan daar zo hoog groeien omdat in tegenstelling tot de andere weilanden, hier niet gemaaid kan worden.

Het hoge gras dat de jonge aanplant omringt, biedt ook aan veel amfibieën, dieren en insecten beschutting. Fazanten reeën, diverse soorten kikkers, zweefvliegen, libellen en spinnen komen voor in het hoge gras.

Route01_0028Als het winter is, is het pas goed te zien hoe nat het weiland werkelijk is.

De gewone klimop (Hedera helix).

Helix_0000Een blik over de vele klimopbladeren tijdens de zomer. Het was één van die momenten waar ik mij in een groot sprookjesbos waande, dat door Anton Pieck geschilderd had kunnen zijn.

Een plant die overal en talrijk voorkomt in alle Nederlandse bossen en het symbool van zowel trouw als het eeuwige leven, is toch wel de omklemmende spiraal. Grofweg is dat de vertaling vanuit het Latijn naar het Nederlands voor de plant die de naam klimop, Hedera helix, draagt.

Helix_0002De verspreid staande bladeren van de klimop blijven ook in de winter groen. De immer groene bladeren staan dan ook symbool voor het eeuwige leven. En toch ontging mij het niet, dat er nu in de winter, op de stam van deze eik ook een aantal roodgekleurde bladeren aan de plant voorkomen.

Voor de Germanen was de klimop een heilige plant en wijdde men de plant aan Thor, de god van de donder. Thor is natuurlijk Donar in het Nederlands, in het Fries spreekt men van Tonger. Immers, de Friezen stammen af van de Germanen en niet, zoals veel Drenten denken, van een lispelende Drent met een hazenlipje.

Ook had de klimop een andere grote betekenis, voordat het christendom er mee aan de haal ging. De klimopbladeren zijn wintergroen en werden naast hulst zodanig gebruikt in die tijd als decoratie tijdens het winterzonnewende feest, dat ook wel midwinterfeest wordt genoemd, op 21 december. Tevens werd er aan de goden verzocht om de nieuwe groei te komen waarderen.

Helix_0003De klimop bedekt ook graag de bodem. Gecultiveerde versies van de plant, en andere familieleden, worden dan ook veel gebruikt bij de aanleg van tuinen. Ook bij de klimop op de grond zijn de rode bladeren aanwezig.

De klimop werd in het verleden door de Romeinen gezien als de heilige plant van de Bacchus, de god van de wijn, van de roes en van dronkenschap. De Romeinen dachten dat de klimop hen zou beschermen tegen dronkenschap, vandaar dat er buiten aan de herbergen en kroegen vaak uithangborden met klimopranken erop afgebeeld hingen.

Helix_0001Het lijkt erop alsof de klimop als een warme deken over de dode boomstam heen is gekropen, het is echter de schijn die bedriegt. De klimplant was al tegen de boomstam aangegroeid voordat deze omviel, maar had het geluk dat zijn stengel niet afgescheurd of uit de grond getrokken werd.

De immer groene en de verspreid staande bladeren van de gewone klimop verschillen nogal eens van vorm. Natuurlijk, de bladeren van de bloeivorm zijn meer eirond en de andere bladeren zijn drie- of vijflobbig.

Helix_0006Een vijflobbig blad van een klimop die zich op de bodem bevindt en waarvan de middelste lob een iets stompe vorm heeft.

De gelobde en leerachtige bladeren zijn kaal en glanzig, en bezitten een hartvormige voet. Vooral de middelste lob van de bladeren wil nogal eens van vorm en lengte verschillen. De verschillen komen we zowel tegen bij planten die in een boom groeien, als bij exemplaren die de bodem bedekken. Soms krijg het vermoeden dat het om de Atlantische klimop (Hedera hibernica) zou kunnen gaan, maar dan kijk je even een paar takken verder en dan zijn de bladeren weer net even iets anders.

Helix_0007Een blaadje met drie lobben, waarvan het middelste lob duidelijk langer en scherper van vorm is. Dit blad bevindt zich aan een stengel in een boom.

Het is echter niet zo verwonderlijk dat cultivars, doorgekweekte vormen van de plant, of andere soorten uit de Hedera familie in de bossen voorkomen. Niet iedere hobby tuinder gooide zijn tuinafval in de groene container. Diegene die vlakbij een bos of houtwal woonde, vond het gemakkelijker het tuinafval hier te dumpen. Het verklaart ook waarom bijvoorbeeld het beruchte zevenblad, in veel bossen te zien is.

Helix_0010Een bloeitak van een klimop met daaraan de nog in de knop zittende bloesems.

De tweeslachtige bloem van de klimop vormt bolvormige schermen. Met tweeslachtig wordt bedoeld dat een bloem over zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen beschikt. Meer over de bevruchting van de bloeiende bloemen van de klimop kunt u lezen in het artikel “De schoonheid en het beest“.

Helix_0008Een nog jong blaadje aan de bloeitak. Het blaadje heeft nog niet de typische eironde vorm aangenomen. Deze eironde vorm is kenmerkend voor de takken waaraan zich de bloemen vormen.

De gewone klimop bloeit in de herfst, zo rond het begin van september tot en met december. De donkerblauwe tot zwarte bessen zijn 8 tot 10 millimeter groot en bevatten een steenvrucht, die zeer kortlevend is. Als de bloeitakken gestekt worden,dan ontstaat er een klimopplant die geen klimstengels meer kan vormen. Deze vorm wordt in siertuinen gebruikt voor de zogenaamde bolvormige klimop.

Helix_0009Als de bloem uitgebloeid en bevrucht is, kleuren de tot bessen vervormde vruchten zwart.

Vaak wordt gedacht dat bomen te lijden hebben onder de klimopbegroeiing. Enkele simpele zielen proberen de gewone klimop van de boom af te halen. Dit is onzin, de enige schade die de klimop bij gezonde bomen kan aanrichten, zal van esthetische waarde zijn. De houtige stengels kunnen meters lang worden en hebben speciale hechtwortels. Ze kunnen klimmen of kruipen en dan gaan ze wortelen.

Helix_0004Doordat de Hedera helix een krachtige en overheersende bodembedekker is, biedt deze aan vele kleine diersoorten een goede beschutting tegen rovers. Zeker in combinatie met dode bladeren op de grond, blijkt het voor een kikker de ideale camouflage te zijn om niet gezien te worden. De rode mier op het blad zal zich van geen kwaad bewust zijn.

De watermunt (Mentha aquatica).

Mentha_0004De watermunt (Mentha aquatica) voelt zich enorm thuis in de natte gebieden van de Maatlanden,zoals hier op één van de oevers naast de kikkerpoel.

Rondom de natste plaatsen, die zich in enkele weilanden van de Maatlanden bevinden, hangt vanaf het einde van de maand juni een typerende doordringende geur die tot ver in november aanwezig is en niet altijd eenvoudig thuis te brengen is. Het is een geur die doet vermoeden, dat er ergens veel drop moet liggen en langzamerhand als je de natte gedeelten bereikt, overgaat naar een zachte peppermuntgeur.

Mentha_0005De watermunt oefent door zijn sterke geur een sterke aantrekkingskracht uit op vele insectensoorten. Zelfs voor de mens is de plant al van verre waar te nemen.

De zachte peppermuntgeur is afkomstig van de watermunt (Mentha aquatica), een plant uit de familie van de lipbloemen (Lamiaceae). Naast dat de plant in Friesland “wylde balsem” genoemd wordt, draagt de plant meerdere Nederlandse namen zoals aalkruid, bakkruid, boerenbalsem en vlooienkruid. De watermunt bloeit de hele zomer door met een prachtig lila kleurige bolvormige bloemen, die de frisse geur van pepermunt door de weilanden verspreiden.

Er bestaan een aantal verklaringen voor de Latijnse naam Mentha aquatica. Volgens de ene verklaring komt Mentha van de dochter van de Griekse watergod Cocytus, Menthê. Menthê werd door de Griekse god van de onderwereld Hades bemind en door zijn jaloerse echtgenote Persephone, de godin van het dodenrijk, in een plant veranderd.

Een andere verklaring, die iets logischer klinkt, gaat er vanuit dat Mentha aquatica afstamt van het Griekse woorden Minths en Aquatica. Minths staat voor “iets sterk ruikend” en Aquatica voor “in het waterwonend”.

Mentha_0003Niet alleen de bloem van de watermunt bloeit prachtig, de vorm van de bloemknoppen hebben ook iets mythologisch en lijken wel beetje op een ananas.

De lichtroze tot lila gekleurde bolvormige bloemen van de plant zijn tweeslachtig. Dit wil zeggen dat de bloem zowel over mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen beschikt. Onder de bloem zitten vaak nog één of twee aparte schijnkransen. Een schijnkrans is een bloeiwijze die de familie van de lipbloemen (Lamiaceae) typeert en bestaat uit twee ineen gedrukte schermpjes van bloemen (zie onderstaande afbeelding). Soms bevinden zich in plaats van schijnkransen ook kleine bloeiende zijtakjes in de bladoksels.

De kleine roze bloemetjes vormen een bol en zijn tussen 4 tot 7 millimeter lang, waarbij de meeldraden buiten de bloem steken. De kelk van het bloemetje bezit een buisachtige vorm, wordt 3 tot 5 millimeter lang en heeft 5 smalle driehoekige tanden. De tanden zijn langer dan breed, behaard en duidelijk generfd.

Mentha_0006Een nachtvlinder snoept van de nectar. De kenmerkende schijnkransen zijn duidelijk te zien onderaan op de afbeelding.

Als het bloemetje bevrucht is, vormt het langlevende zaden in een vorm van een splitvrucht. Deze kiemen met twee kiemblaadjes en zijn dus tweezaadlobbig. Maar voordat er zaad gevormd kan gaan worden, dienen de bloemen bezocht te worden door bijen, insecten of vlinders.

Mentha_0001De prachtig roze gekleurde bloemetjes zijn een lust voor het oog. Vooral in de combinatie met de heerlijke mint geur ontstaat er een betoverende sfeer rondom de plant. Een betoverende sfeer die werkelijk geen enkel insect kan weerstaan.

En dat de geurende bloemetjes bezocht worden door de bijen, insecten of vlinders! Soms zie je werkelijk hele horden zweefvliegen en vele soorten vlinders rond de bloeiende planten vliegen. Dit op zijn beurt, trekt weer libellen aan, die zich tegoed doen aan de vele vlinders en andere vliegende insecten.

Mentha_0007Een vrouwelijk exemplaar van het icarusblauwtje (Polyommatus icarus) zuigt nectar uit één van de vele bloemetjes.

Wederom is de terugkeer van de watermunt in de weilanden te danken aan het huidige beleid, dat nu in de Maatlanden door Staatsbosbeheer wordt uitgevoerd. De terugkeer van vele plantensoorten, die dit vochtig gebied eens bevolkten, is niet alleen voor de Maatlanden een goed teken, maar ook voor de vele soorten insecten en dieren die afhankelijk van de insecten zijn.

Mentha_0008Koolwitjes en een bij doen zich tegoed aan al het lekkers dat de bloemetjes van de watermunt te bieden heeft.

Zweefvliegen (Syrphidae) komen in de Maatlanden in vele kleuren, soorten en vormen voor. Naar schatting komen er in Nederland 363 soorten zweefvliegen voor, waarvan er 303 soorten als inheems beschouwd worden.

Mentha_0000Een zweefvlieg doet zich tegoed aan de nectar, die zich in de bloemetjes bevindt.

Hoeveel van de soorten zweefvliegen er in de Maatlanden voorkomen kan ik u niet zeggen, wel dat het enorm veel soorten zijn. Voer voor de specialisten dus. Neemt echter niet weg dat de zweefvliegen waarlijk meesters zijn in het camoufleren. Zweefvliegen die op hommels lijken, hebben een harig achterlijf, soorten die op wespen lijken meestal niet. Anderen lijken weer spreken op bijen, er is keuze genoeg dus.

Mentha_0009Deze zweefvlieg heeft het uiterlijk van een bij. Ze probeert hier mee de dieren, die de zweefvlieg op het menu hebben staan, te verwarren.

We kunnen pepermunt (Mentha ×piperita) zien als een kind van de watermunt. Pepermunt is per toeval ontstaan uit een kruising van watermunt (Mentha aquatica) met aarmunt (Mentha spicata) in de zeventiende eeuw in Engeland in een veld met muntplanten. Pepermunt is inmiddels verworden tot een zich snel verbreidende, meerjarige, winterharde plant.

Mentha_0002Verschillende vlinders en zweefvliegen zijn te vinden op de prachtige bloemetjes van de watermunt.

Het pijpenstrootje (Molinia caerulea).

Pijpenstrootje_0001In veel van de zeer vochtige gebieden van de Maatlanden kunnen we het pijpenstrootje aantreffen. En zeker nu het winter is, vallen de grote pollen met de inmiddels lichtbruin gekleurde lange stelen en bladeren direct op.

Voor de ene natuurliefhebber is het een lust voor het oog, voor een ander een mooie waardplant voor vlinders en voor weer een ander is het pijpenstrootje (Molinia caerulea) haast een vloek. De vaste plant uit de grassenfamilie Gramineae, die ook wel Poaceae genoemd mag worden, is een zeer aanwezige bewoner van de natte tot zeer natte gebieden binnen de Maatlanden.

Pijpenstrootje_0000Door zijn grote rol bij de vergrassing van vooral de vochtige heidevelden, wordt de aanwezigheid van deze inheemse plant niet door iedereen gewaardeerd. Zo ook zijn aanwezigheid in het heiderestant dat zich nog in de Maatlanden bevindt.

Het pijpenstrootje, dat in Noord-Drenthe ook wel pieperaaien genoemd wordt, is een vaste inheemse plant die wel 120 centimeter hoog kan worden en bloeit van juli tot september. De plant valt vooral op in de winter en het vroege voorjaar door zijn lichtbruin tot geel gekleurde en fors ogende pollen. In het verleden werden de stijve stengels gebruikt om bezems van te maken en tabakspijpen te reinigen. Hieraan dankt de plant dan ook zijn naam. Deze grassoort heeft vrijwel geen voedselwaarde voor vee.

Pijpenstrootje_0003Een nog jonge plant nabij het heiderestant. Op de achtergrond is het gaas te zien, dat noodzakelijk is om het kwetsbare heiderestant te beschermen tegen bezoekers die de waarde van het gebied niet weten te waarderen.

Een van zijn eigenschappen maakt het pijpenstrootje minder geliefd bij de liefhebbers van heidevelden. Doordat het pijpenstrootje is één van de soorten is, die een rol spelen bij de vergrassing van heidevelden, probeert men hem te bestrijden door onder andere het inzetten van graasgeiten en schapen. Of dit in de toekomst ook nog gaat gebeuren op het heiderestant is nog maar zeer de vraag. De aanwezigheid van de plant beenbreek (Narthecium ossifragum) zou hier een rol in kunnen spelen.

Pijpenstrootje_0002In de maand augustus zijn de bloeiende pollen van het pijpenstrootje op hun mooist.

De aanwezigheid van het pijpenstrootje biedt echter niet alleen het nadeel van de oprukkende vergrassing. Het contrast dat het geeft met de langzaam van geel naar donker oranje verkleurende bloemen van de beenbreek en het paars van de heide, heeft ook iets bijzonders.

Pijpenstrootje_0004De aanwezigheid van beenbreek (Narthecium ossifragum) in en nabij het heiderestant zou een belemmering kunnen zijn om hier grazers uit te gaan zetten.

Voor veel natuurliefhebbers is ook de contrast tussen de kleuren van diverse planten een lust voor het oog. Hebben de weilanden in de Maatlanden veelal een gele overheersende gloed die veroorzaakt wordt door de vele bloeiende boterbloemen, het heiderestant biedt meer rust door het overheersende groen van het pijpenstrootje en de diverse ander grassoorten die hier voorkomen. Maar ook in de winter en het vroege voorjaar, als het nog vrij koud is, straalt het pijpenstrootje warmte af met zijn prachtig lichtbruin tot geel gekleurde pollen.

Pijpenstrootje_0005Een blik over het heideveldje tijdens de zomer. De rust straalt er vanaf. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vele bezoekers juist hier vaak even blijven staan om te genieten van het uitzicht.

Ook is het pijpenstrootje een waardplant voor het bont zandoogje (Pararge aegeria). Een vlindersoort die dan ook vrij veel voorkomt op de bloeiende planden die zich in de Maatlanden bevinden.

Voor sommigen is het pijpenstrootje een grassoort die veel in de Maatlanden te bewonderen is, voor een ander een vervelende plant die het heideveldje bedreigt en voor het bont zandoogje is het een kraamkamer.

Pijpenstrootje_0006Een bont zandoogje (Pararge aegeria) op een grashalm in één van de vele weilanden in de Maatlanden.

De rupsendoder (Cordyceps militaris).

Oranje Rupsendoder_0000Op het eerste gezicht lijkt de rupsendoder (Cordyceps militaris) een schattige knotszwammetje.

De rupsendoder (Cordyceps militaris) is misschien wel één van vreemdste paddenstoelen die we in de Maatlanden kunnen aantreffen. Het zou zelfs met enige fantasie wel het monster uit de film “Alien” kunnen zijn, zoals deze zwam uit zijn gastheer barst.

Oranje Rupsendoder_0001Maar in de natuur is ook niet alles wat het lijkt. Deze paddenstoel blijkt een vraatzuchtige parasiet te zijn.

Het slachtoffer van dit bijna buitenaardsachtig wezen, de naam rupsendoder zegt al, is een pop of larve van een vlinder of een mot. Het mycelium koloniseert de levende insecten, mummificeert het en houdt de biomassa net lang genoeg in leven, zodat het vruchtlichaam gevormd kan worden om de sporen te gaan produceren.

De poppen of larven van de vlinders of een motten bevinden zich in de grond of in goed vermolmd hout, wat betekent dat de we meestal slechts het kleine oranje vruchtlichaam kunnen ziet dat over een fijne wrattige ondergrond beschikt.

Oranje Rupsendoder_0002Een volwassen en een jong exemplaar van de rupsendoder naast elkaar tussen het mos.

Natuurlijk zou het een prachtig plaatje op leveren als ik een vruchtlichaam zou gaan uitgraven en de vraatzuchtige glorie van het zwammetje zou kunnen laten zien, maar ik heb het principe dat ik dus alleen de paddenstoelen fotografeer zodat anderen er ook nog van kunnen genieten. Immers, de natuur is voor en van iedereen en niet voor een paar “experts”.

De rupsendoder kan een lengte van ongeveer 6 centimeter bereiken en 1 centimeter dik worden. Het zwammetje komt voor in vrijwel alle biotopen in Nederland en is vrij algemeen.

De kleine vos (Aglais urticae).

Kleine Vos_0002De blauwe vlekken, die de vorm van een halve maan bezitten, geven de kleine vos (Aglais urticae) een mystieke uitstraling.

De kleine vos (Aglais urticae) is een van de vele vlindersoorten die we aankunnen treffen in Maatlanden. De bont gekleurde vlinder is een zeer algemene standvlinder. Met deze term wordt bedoeld, dat de vlinder minimaal 10 jaar lang in een bepaald gebied een populatie heeft.

Kleine Vos_0001De kleine vos gezien van de onderkant.

De algemeen voorkomende vlinder valt op, naast het vrolijk gedartel al vroeg in het jaar, door de oranje kleur, de zwarte vlekken, maar vooral door de prachtig blauwgekleurde vlekjes met een zwart randje op zijn vleugels die veel op een halve maan lijken.

Al vanaf juni is de eerste generatie te zien in en om de graslanden van de Maatlanden, de tweede generatie verschijnt in augustus en eet zich vol met nectar om zodoende de strenge winter te kunnen overleven.

Kleine Vos_0003Een kleine vos rust uit op een blad.

De grote brandnetel (Urtica dioica) is voor de vlinder van onschatbare waarde. De vrouwtjes van de kleine vos zetten de eitjes in groepen van veertig tot ruim honderd stuks af op de onderzijde van een nieuw blad van jonge planten.

De geelzwarte rups die uit de eitjes komt, doet zich te goed aan de bladeren van de plant. Dat verhaal is te lezen, en natuurlijk met bijbehorende afbeeldingen in het artikel “De rups van de kleine vos (Aglais urticae).

Kleine Vos_0004Zeker voor een mannetje is hoge distel ideaal, vooral als er brandnetels in de buurt staan. Dan verdedigt hij vanaf de distel in de middag, een territorium tegen mannelijke soortgenoten.

Het icarusblauwtje (Polyommatus icarus).

Icarusblauwtje_0000Een vrouwelijk exemplaar van het icarusblauwtje (Polyommatus icarus) zuigt nectar uit een bloem van de watermunt (Mentha aquatica).

Het icarusblauwtje (Polyommatus icarus) is van de blauwtjes in Nederland de soort die het meest voorkomt en is te vinden op en rondom de kruidenrijke graslanden en ruigten binnen de Maatlanden. Zeker nu Staatsbosbeheer de graslanden tussen de bossen laat verschralen en deze geen dienst meer doen als weilanden voor het vee, zie je naast veel planten en het icarusblauwtje ook weer andere vlindersoorten verschijnen.

Icarusblauwtje_0001Een mannelijk exemplaar op een stengel van de pitrus (Juncus effusus).

Ondanks dat het icarusblauwtje maar een relatief klein vlindertje is, de vleugellengte is circa 15 millimeter, valt vooral het mannetje op door zijn helder blauwe verschijning. Het vrouwtje is bescheidener qua kleuring, zij is bruin of bruin met blauw van kleur.

Zodra het in mei warmer gaat worden, is de eerste generatie icarusblauwtjes al vrij snel te zien. In een goed vlinderjaar zijn er zelfs 3 generaties die elkaar overlappen en zijn de vlinders zelfs tot in oktober nog te zien in de graslanden van de Maatlanden.

Icarusblauwtje_0002De nectar van de witte klaver (Trifolium repens) is onweerstaanbaar voor dit mannetje.

Het icarusblauwtje voedt zich vooral met de nectar van vlinderbloemigen, in de Maatlanden zijn dat vooral de klaver- en wikkesoorten, waar ze laag overheen vliegen. Ze overnachten ook op deze planten en hangen dan ondersteboven in groepjes aan de blaadjes.

De eitjes worden tussen de bovenste bladeren, op de jonge nog niet bloeiende planten, van gewone rolklaver afgezet. De groen gekleurde rups is vrijwel het hele jaar door aanwezig en eten van het tussenweefsel van het blad. Dit doen ze zo, dat de buitenlaag intact blijft. De grotere rupsen doen zich te goed aan het hele blad. De rups overwintert op of onder de waardplant, de verpopping vindt echter op de grond plaats.

Icarusblauwtje_0003_RolklaverDe gewone rolklaver (Lotus corniculatus) is de waardplant voor het icarusblauwtje.

Naast dat Staatsbosbeheer de graslanden tussen de bossen laat verschralen en zodoende veel kruidachtige planten en vlinderbloemigen terugkeren in het gebied, krijgen ook de distelsoorten weer de gelegenheid om weer te keren in de voormalige weilanden.

Icarusblauwtje_0004Een mannetje op een bloem van een kale jonker (Cirsium palustre).

Ook de kale jonker (Cirsium palustre) voelt zich inmiddels heerlijk thuis op de plaatsen waar hij ongemoeid kan groeien en buiten het bereik van de maaimachines staat. Deze vederdistel is weliswaar geen waard- of voedselplant van het icarusblauwtje, maar het vlindertje vertoeft maar als te graag bij deze, tot wel 120 centimeter hoog wordende plant.

Icarusblauwtje_0005Het mannetje nogmaals, maar nu op een pluizige kop van de kale jonker.

In augustus, als de piektijd aanbreekt van het icarusblauwtje, zijn de speelse vlindertjes vaak te zien in en rondom de graslanden van de Maatlanden. Meestal ziet men van verre al de mannetjes als kleine blauwe stipjes over de planten vliegen.

Om de minder opvallende vrouwtjes te kunnen zien, dient men geduldig te zijn en een verrekijker bij zich te hebben. Deze bevinden zich vaak op de ontoegankelijke gedeelten van de graslanden. Naast dat Staatsbosbeheer een verschralingsbeleid in dit gebied toepast, voert met ook een beleid om dit soort kwetsbare gebieden voor de toekomst te beschermen. Iets wat niet alleen de vegetatie ten goede komt, maar ook het icarusblauwtje.

Icarusblauwtje_0006Het mannetje van het icarusblauwtje blijft een prachtige verschijning.

Ondanks dat het vrouwtje van het icarusblauwtje minder opvallend gekleurd is, blijft het prachtig om te zien hoe zij de bloem van de watermunt (Mentha aquatica) systematisch afzoekt naar de, voor de vlinder, overheerlijke nectar, zoals hieronder mooi te zien is.

Icarusblauwtje_0007a

Icarusblauwtje_0007b

Icarusblauwtje_0007c

Icarusblauwtje_0007d

Icarusblauwtje_0007e

Icarusblauwtje_0007f

Icarusblauwtje_0007gIcarusblauwtje_0007h

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers like this: