Categorie archief: Vlindersoorten

De Waterpinksterbloem.

Water_0000In de sloot naast het Elzenbroekbos wemelt het van de Waterviolier (Hottonia palustris).

De Waterviolier (Hottonia palustris), een plant die in de provincie Friesland ook wel “Wetterpinksterblom”, het Friese woord voor Waterpinksterbloem, wordt genoemd. Waarschijnlijk vanwege de roze kleur van de bloemetjes, die enige overeenkomsten vertonen met het bloemetje van de Pinksterbloem (Cardamine pratensis) en dat de plant soms ook in het water voorkomt. Hier houden dan ook de gelijkenissen met de Pinksterbloem op. De Waterviolier behoort tot de familie Sleutelbloemen (Primulaceae) en bezit vijf kelkbladen, terwijl de Pinksterbloem lid is van de Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae) en over vier kelkbladen beschikt.

Water_0009Voorzichtig openen de kelkbladen van het tere bloemknopje zich.

Nu moet ik wel zeggen, dat de redenatie van de Friezen om het plantje de Waterpinksterbloem, soms ook wel in de praktijk ondersteunt wordt door een trouwe bezoeker van de Pinksterbloem; het Oranjetipje (Anthocharis cardamines). Menigmaal zie je een Oranjetipje vol verwachting op de lonkende bloemetjes van de Waterviolier af fladderen om vervolgens tot de ontdekking te komen dat het hier niet om de zo begeerde Pinksterbloem gaat. Gefrustreerd vliegt het vlindertje dan weer weg om nu wel een Pinksterbloem te gaan vinden.

Water_0001Een blik over de sloot vanaf de andere zijde richting het westen.

In een sloot langs een Elzenbroekbos, een bos dat gedomineerd wordt door Zwarte els en zeggen, en dat zich in het gebied van de Maatlanden bevindt, is er in de één grote roze met groene bloemenzee te zien. De Waterviolier, die hier in grote aantallen voorkomt, heeft het oppervlak van de sloot opgevuld met zijn groen gevorkte bladeren, waaruit majestueuze lange stelen zonder bladeren ontspringen waaraan zich trosjes met prachtige roze bloemetjes bevinden, die als sierlijke kronen om de stelen staan.

Water_0006De prachtig roze gekleurde kroonbladen gaan steeds verder open staan.

De waterplant, die wel zestig centimeter hoog kan worden, treffen we aan op plaatsen met een wisselende waterstand, maar vooral daar waar kwelwater aanwezig is. De plant wordt vanwege zijn voorliefde voor kwelwater dan ook wel een indicator van kwel genoemd. Naast het kwelwater is een zonnige tot licht beschaduwde plaats in ondiep water iets wat de plant zeer op prijs weet te stellen. De plant uit dit, door massaal aanwezig te zijn en uitbundig te gaan bloeien.

Water_0002De bladeren van de Waterviolier zijn ondergedoken, tot op de middennerf kamvormig veerdelig en vormen prachtige rozetten.

In het voorjaar, voordat de lange stelen uit het water gaan groeien, lijkt het wel of de sloot vol staat met Aarvederkruid (Myriophyllum spicatum). Het zijn echter de bladeren van de Waterviolier, die het oppervlak van de sloot omtoveren tot een groen tapijt vol met prachtig gevormde rozetten. De plant wordt dan ook vanwege zijn bladeren “Wasserfeder” in de Duitstalige gebieden genoemd.

Water_0007De prachtige vorm van het bloemetje begint steeds duidelijk te worden.

Het dichte bladerdek biedt beschutting aan de vele kleine waterdiertjes die in de sloot voorkomen. Doordat de plant veelal in ondiep water voorkomt dat snel kan gaan opwarmen, ontstaat er aangroei op de bladeren. De aangroei wordt ook wel “Aufwuchs” genoemd en bestaat voornamelijk uit zogenaamde Rotifera of Raderdiertjes, kleine meercellige organismen die in het water voorkomen en als voedsel dienen voor andere onderwaterdieren.

Water_0003Een Oranjetipje (Anthocharis cardamines) rust uit op een stengel van de meest links staande Waterviolier. Door het gecamoufleerde patroon op de buitenkant van hun vleugels zijn ze redelijk beschermd tegen vraatzuchtige vijanden.

De Watertviolier is door lange wortels in de bodem verankerd en is een overblijvende waterplant. De plant wordt hierdoor ook wel een hydrofyt genoemd. Het is voor de plant in deze sloot niet noodzakelijk om goed vast te staan in de bodem omdat er hier amper stroming voorkomt, maar in een watertje met veel stroming is dit wel van belang. Zou de plant niet over een stevig wortelstelsel beschikken, dan kan de plant weggespoeld worden.

Water_0010De kelkbladen openen zich steeds verder en de vorm van het bloemetje begint steeds duidelijker te worden.

Een eigenschap waarover vrijzwevende en vrijdrijvende waterplanten zoals Eendenkroos (Lemna), dat ook in de sloot voorkomt, niet beschikt. Eendenkroos wortelt amper of helemaal niet en wordt daardoor een pleustofyt genoemd. Als het wateroppervlak van een sloot, waarin veel Waterviolier voorkomt, vol ligt met Eendenkroos, dan komen de prachtige bloemen van de plant helemaal tot hun recht.

Water_0004De zeer herkenbare pose van de Waterviolier. Het is door deze typerende houding, dat de plant dan ook eenvoudig te herkennen is.

De bloemen van de Waterviolier zijn tweeslachtig, wat wil zeggen dat de bloem over zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen beschikt. De lilaroze tot wit gekleurde trompetvormige bloemen met een geel gekleurde keel steken boven het water uit en zitten in trosvormig bijeengeplaatste kransen van 5 tot 6 stuks in de oksels van kleine schutbladen, die zich aan het bovenste deel van de bloeistengel bevinden. Het kan voorkomen, dat de Waterviolier onder water bloeit. De oorzaak hiervan ligt in een snelle stijging van de waterspiegel. De bloeitijd van de plant is in de maanden mei en juni. Maar u raadt het al, tijdens dit warm voorjaar bloeien ze al in de maand april.

Water_0008Als de kelkbladen geheel geopend zijn, is er een prachtige bloem verschenen.

Als het bloemetje bevrucht is, ontstaat er een doosvruchtje. Bij het vruchtje verschijnen er vijf spleten over de lengte en tijdens het rijpen van de vruchtjes beginnen de vruchtstelen zich naar beneden te krommen, zodat de vruchtjes eenvoudig op de natte bodem kunnen vallen. Het jonge plantje zal dan gaan kiemen met twee kiemblaadjes, iets wat tweezaadlobbig genoemd wordt. De Waterviolier beschikt echter over nog een mogelijkheid om zich voort te kunnen planten. De in de zomer en de vroege herfst gevormde knoppen vallen van de plant en zinken dan tot op de bodem, waar ze beschermt zijn tegen de vorst. In de lente lopen zij uit en vormen dan een nieuwe plant.

Water_0005De Latijnse naam Hottonia is afkomstig van de in 1648 geboren Leidse hoogleraar in de kruidkunde Paul Hotton, palustris staat voor “het moeras bewonend”. De Nederlandse naam Waterviolier is afgeleid van de kleur die de bloemetjes hebben; violet.

De roze Pinksterbloem en het Oranjetipje.

Oranje_0003Een Pinksterbloem (Cardamine pratensis) vol in de knop.

In de vochtige tot erg natte gedeelten van de Maatlanden zijn vanaf begin april de prachtige roze bloemetjes van de Pinksterbloem (Cardamine pratensis) weer volop te bewonderen. De zeer algemeen voorkomende plant voelt zich hier erg thuis en uit dat, door een prachtig rozepaars tapijt te vormen op de plaatsen waar hij massaal voorkomt. Althans, weer in toenemende mate.

Oranje_0000Door het warme aprilzonnetje ontluiken de vele knopen weldra tot prachtige bloemen.

Ook de Pinksterbloem heeft in het verleden te lijden gehad van de moderne landbouw. De vochtige landerijen werden door middel van sloten ontwaterd en het overvloedig gebruik van kunstmest deed de plant ook al geen goed. Het aantal vindplaatsen nam misschien niet af, maar het aantal bloeiende planten echter wel. Vandaag de dag past de eigenaar van veel graslanden in het gebied, Staatsbosbeheer, een verschralingsbeleid toe. Dit houdt in, dat er geen nieuwe voedingsstoffen meer in de bodem terecht komen. Ook wordt het water langer in het gebied vastgehouden, waardoor de graslanden weer hun vochtige status terug gaan krijgen.

Oranje_0001Over de lilakleurige kroonbladeren van het bloemetje loopt een aantal duidelijk zichtbare en donkerpaars gekleurde aderen.

De Pinksterbloem bezit bloemetjes die zich in trosvormige bloeiwijze uiten. Op de lilagekleurde kroonbladeren van het bloemetje zijn de donkerpaars gekleurde aderen duidelijk zichtbaar. Meestal bevinden er zich vijf van deze aderen op een kroonblad.

Oranje_0002De helmknoppen van de zes meeldraden zijn geel van kleur.

Een uitgekiende wijze om zich voort te kunnen planten op de zeer natte bodem, is toch wel dat de kortgesteelde deelblaadjes kleine worteltjes vormen terwijl ze nog aan de plant zitten. Zodra deze op de grond vallen, kan er een nieuwe plant ontstaan. Dit verhoogt de kans op nakomelingen, daar het zaad kan gaan schimmelen op de vochtige bodem en dan nutteloos voor de voortplanting is. Dit verklaart ook waarom de plant, ondanks de intensieve landbouw en veeteelt, kans heeft gezien om op de plaatsen waar hij voorkomt, voort te kunnen blijven bestaan.

Oranje_0004Een Oranjetipje (Anthocharis cardamines) schuilt op een Pinksterbloem tijdens een regenbui.

Naast dat de Pinksterbloem inventief is als het over de voortplanting van de plant gaat, maakt de plant ook nog eens deel uit in een voortplantingscyclus van een vlinder. De Pinksterbloem is één van de waardplanten van een rups waaruit het Oranjetipje (Anthocharis cardamines) ontstaat.

Oranje_0006Een Oranjetipje rust uit op een Paardenbloem (Taraxacum officinale).

Het mannetje van het Oranjetipje is gemakkelijk te herkennen aan zijn oranje vlekken aan het einde van zijn vleugels. Bij de vrouwelijke exemplaren ontbreekt de oranje vlek. Aan de onderzijde van de vleugels bevindt zich een gevlekt patroon van groene en witte vlekken, dat veel aan een camouflagepatroon van militaire kledij doet denken. Net zoals de Pinksterbloem, geeft de vlinder de voorkeur aan matig vochtige graslanden bij bossen als leefgebied. De vliegtijd is van maart tot en met juni.

Oranje_0005Een mannelijk exemplaar van het Oranjetipje op het jonge blad van een Braam (Rubus).

De hazelaar (Corylus avellana).

Hazelaar_0000De struik waaraan de heerlijke hazelnoten verschijnen, de hazelaar (Corylus avellana), is vaak al vanaf de voet vertakt. De schors is glad en bruin tot grijzig van kleur.

Een ander en een zeer veel voorkomend familielid van de berk, beiden komen uit de berkenfamilie met de prachtige naam Betulaceae, in de Maatlanden die bekend staat om zijn typerende maar vooral heerlijke nootvruchtjes is de hazelaar (Corylus avellana). In het Rôners dialect noemt men het vruchtje van de hazelaar, de hazelnoot, ook wel een “hoazelneut”.

Hazelaar_0001Langs dit weggetje zijn de vele hazelaars duidelijk aanwezig. Naast dat de hazelaar heerlijke vruchten bezit, zorgt de struik ook voor grillige schaduwpatronen op de grond.

De hazelaar treffen we vrijwel overal aan in de Maatlanden. De struik staat in het bos, in de bosranden, in struwelen en op de houtwallen. Zolang het maar een zonnige tot matig beschaduwde plaats is op droge tot vochtige met een matig voedselrijke, zwak zure tot vaak kalkhoudende en minerale grond is. Ondanks dat men in de vakliteratuur schrijft dat de bodem ook goed doorlucht moet zijn, doet de struik het ook geweldig op de potkleibodem van de Maatlanden. En ver buiten de Maatlanden komen we veel hazelaars ten noorden van het dorp Roden tegen, die de eigenschappen van de potkleibodem weten te waarderen.

Hazelaar_0002Het bont zandoogje (Pararge aegeria) maakt graag gebruik van de grillige schaduwpatronen, die de hazelaar op de bodem weet te veroorzaken.

Het bont zandoogje (Pararge aegeria) en de hazelaar vormen op enkele plaatsen een prachtige symbiose. De hazelaar vormt grillige schaduwpatronen op de bodem waarvan het mannetje van de vlinder gebruik van maakt. Het mannetje maakt gebruik van de schaduwpatronen, om verdekt te zitten waken op een tactische plaats in zijn territorium. De camouflagekleuren helpen het mannetje om niet op te gaan vallen. Het is een waar spektakel als het mannetje op zijn plekje wacht totdat er een vrouwtje aankomt vliegen en een ander mannetje verschijnt ten tonele. Het mannetje vliegt dan op om de concurrent te verjagen, wat een prachtig schouwspel oplevert.

Hazelaar_0003De hazelaar is de eerste bloeiende struik in de wintermaanden. Misschien zijn dit de overblijfselen uit de tijd, toen de de struik zich nog moest blijven aanpassen aan de nukken, die elke ijstijd met zich meebracht.

De hazelaar komt al heel lang in het gebied voor. Tijdens het Midden-Pleistoceen, zo’n 126.000 tot 781.000 jaar geleden, kwamen er in de warmere periodes tussen de ijstijden, interglacialen, veel loofbossen voor in ons land. Misschien onvoorstelbaar vandaag de dag, maar de temperatuur had in de maand juli tijdens deze interglacialen vaak een gemiddelde van 18 graden Celsius.

Hazelaar_0004Restanten van hazelnoten op de bodem van het bos. Waarschijnlijk zijn de hazelnoten ten prooi aan muizen gevallen.

Van de hazelaar zijn in Nederland een flink aantal pollen aangetroffen, die uit het Midden-Pleistoceen stammen. Pollen is gewoon een ander woord voor stuifmeel. De stuifmeelkorrels van de hazelaar zijn zeer goed bestand tegen verwering. Waarschijnlijk is dit één van de redenen, waarom grote hoeveelheden fossiele pollenkorrels in ons land worden aangetroffen. Ook fossiele exemplaren van hazelnoten bieden veel informatie. Zo is gebleken, dat de hazelnoten uit het Laat-Pleistoceen ongeveer net zo groot waren, als de huidige hazelnoten.

Hazelaar_0005De mannelijke bloemen van de hazelaar zitten in katjes. De grijs tot lichtgroen gekleurde katjes ontstaan al in de zomer en bevinden zich in de oksels van de bladeren.

De hazelaar is een éénslachtige, éénhuizige plant waar die bloemen eerder verschijnen dan de bladeren. De term éénslachtig wil gewoon zeggen dat een bloem alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen bezit, éénhuizig geeft aan, dat er zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen op dezelfde plant voorkomen. Het zijn echter de mannelijke bloemen, ook wel katjes genoemd, die de meest opvallende bloeiwijze bezitten.

Hazelaar_0006Het is een prachtig gezicht om de al aanwezige knoppen van de mannelijke bloemen aan het einde van de zomer tussen de groene bladeren te zien.

De mannelijke katjes bezitten bloemen, die uit kleine schubben en meeldraden bestaan en al in de zomer ontstaan wanneer de hazelaar nog vol met bladeren zit. In het najaar en tijdens de winter gebeurt er vrij weinig met de katjes en staat de ontwikkeling zelfs vrijwel stil.

Hazelaar_0007Door de hoge temperaturen, die de winter van 2013/2014 tot nu toe kenmerkt, krijgt de hazelaar het gevoel dat het al voorjaar is. De katjes beginnen al te verkleuren.

Zodra de hazelaar verneemt dat het warmer begint te worden, ontwikkelen de katjes zich verder. Het katje begint te verkleuren en de schubben gaan langzaam uit elkaar staan. Ook wordt het katje zichtbaar iets breder en langer, en bereiken soms wel een lengte van 12 centimeter. Tijdens erg zachte herfst- en wintermaanden, zoals het in deze winter van 2013/2014 het geval is, kan de hazelaar het gevoel krijgen, dat het al voorjaar is.

Hazelaar_0008Dat de hazelaar het gevoel heeft, dat het al voorjaar is, kunnen we aan de katjes zien. Vanaf begin januari bloeien de hazelaars in de Maatlanden er vrolijk op los.

Vanaf het begin van de maand januari waren de vele bloeiende hazelaars in de Maatlanden al te bewonderen. De hazelaar is trouwens de eerste struik die begint te bloeien in de late winter en in het vroege voorjaar. Als de mannelijke bloemen rijp zijn, beginnen ze pollen af te geven aan de lucht. De pollen, het stuifmeel dus van de mannelijke bloem, kunnen we gaan zien als de zaadcellen bij de mens en dier. Deze zijn afkomstig van de meeldraden en worden verspreid door insecten en de wind.

Hazelaar_0009Een mannelijke bloeivorm, een katje, staat op het punt zijn stuifmeel te gaan verspreiden. Als de hazelaar zijn stuifmeel gaat verspreiden, gaat dit gepaard met enorme hoeveelheden pollen. Deze zijn een kwelling voor mensen met een allergie voor de pollen, waardoor ze hooikoortsachtige verschijnselen krijgen.

Zo uitbundig als de mannelijke bloeiwijze van de hazelaar zich openbaart, zo bescheiden treedt de vrouwelijke bloeiwijze naar buiten. De vrouwelijke bloemen zitten bij elkaar verborgen in een klein knopje.

Hazelaar_0010Een prille knop van de vrouwelijke bloem. Als de vrouwelijke bloem gaat bloeien, komen er kleine roodpaarse draadvormige stempeltjes uit het knopje.

De vrouwelijke bloemen zitten met drie tot vier stuks in een klein knopje bij elkaar in de oksels van bladeren. Tijdens de bloei vallen de rood tot paarsrood gekleurde stijlen met de stempels pas goed op. Als de prachtige bloemetjes bevrucht zijn, ontstaat er een vruchtbeginsel, de latere hazelnoot. Een mooi verschijnsel rond deze tijd is, zo halverwege de maand januari en het wel bijna lente lijkt te zijn, dat de standplaats van de hazelaar er toe doet, wanneer de struik gaat bloeien.

Hazelaar_0011In tegenstelling tot de eerder getoonde en kleine knoppen aan de hazelaar, die zich in een bosrand bevindt richting het noorden, zijn de knoppen van de hazelaar, die richting het zuiden gericht staat, groter en verder in de ontwikkeling.

De op het zuiden gerichte struiken zijn verder in de ontwikkeling van de vrouwelijke bloemknoppen dan de exemplaren die op het noorden gericht zijn. Het kan natuurlijk ook puur toeval geweest zijn tijdens het fotograferen.

Hazelaar_0012Een aantal hazelnoten bij elkaar. Het jaar 2013 was een goed jaar voor de liefhebbers van de vruchten. Menig hazelaar droeg veel vruchten.

Als het vruchtbeginsel van de hazelaar begint uit te groeien tot een hazelnoot, wordt deze omgeven door een klokvormig omhulsel, dat op een mutsje lijkt. Dit mutsje bevat ingesneden schutblaadjes en groei na verloop van tijd niet meer met de vrucht mee.

Hazelaar_0014Het klokvormig mutsje is voorlopig nog groter dan het zich steeds verder ontwikkelende vruchtbeginsel.

De hazelaar is vanaf zijn tiende jaar volwassen en begint dan vruchten te dragen. De struik heeft dan een hoogte van ongeveer 6 meter bereikt. De vruchten zijn niet alleen voor de mens een lekkernij, diverse diersoorten doen zich ook tegoed aan de rijpe hazelnoten. Een aantal soorten dieren, eekhoorns, muizen, vlaamse gaaien, spechten en boomklevers leggen een voorraad hazelnoten aan, om over belangrijke voedselbron in de winter te kunnen beschikken.

Hazelaar_0013Het klokvormig omhulsel dat zo typerend is voor de hazelnoot. Het omhulsel groeit niet meer met de vrucht mee, wanneer deze zijn uiteindelijke grootte heeft bereikt en begint te verkleuren.

Doordat een aantal van deze wintervoorraden tijdens de winter niet terug gevonden kunnen worden, ontstaan er op deze plaatsen nieuwe hazelaars. De hazelnoten zijn zeer kortlevend, binnen een jaar moeten ze uitgelopen zijn, anders is de kiemkracht van de vrucht verdwenen. Als een hazelnoot wel de mogelijkheid heeft om te gaan kiemen, doet hij dit met twee kiemblaadjes. In vaktermen noemt men dit tweezaadlobbig.

Hazelaar_0015Hazelaars ontwikkelen niet specifiek een bepaald aantal vruchtbeginsels per knop. Soms zien we één hazelnoot, soms twee maar ook drie hazelnoten bij elkaar is geen uitzondering.

De smakelijke vrucht van de hazelaar is er ook de oorzaak van, dat de mens al in vroegere tijden de stuik heeft gecultiveerd. De Grieken en de Romeinen wisten de struik al in cultuur te brengen. Inmiddels bestaan er zo’n acht soorten, die in gebruik zijn als leverancier voor de overheerlijke hazelnoot. Tevens bestaan er op z’n minst nog twee soorten, de krul- en de treurhazelaar, die vanwege de prachtige vormen gekweekt worden.

Hazelaar_0016Aan het begin van de maand augustus zijn de vruchten volgroeid en beginnen ze te rijpen. De kleur veranderd van het zachte lichtgroen langzaam naar bruin.

Doordat het 10 jaar duurt voordat de hazelaar vrucht gaat dragen, past men in de industriële aanplant van de hazelaar andere technieken toe om de vruchtopbrengst en de leeftijd te gaan verhogen. De techniek die veelal wordt toegepast is enten. Tijdens het enten wordt een deel van een hazelaar in een stamt geplaatst zodat de struik al na drie jaar vruchten gaat leveren.

Hazelaar_0017De roodbruine kleur van de hazelnoot verraad dat de vruchten rijp zijn.

Naast dat de hazelaar aantrekkelijk was voor de mens vanwege zijn heerlijke nootvruchten, diende de struik ook nog voor talloze andere doeleinden. Zo werd het hout van de struik onder andere gebruikt voor het maken van houtskool of voor het aanbrengen van stevigheid in de heggen. De buigzame twijgen van de hazelaar dienden duizenden jaren geleden al om manden, hekwerken en vissersboten van te vlechten. De twijgen werden ook gebruikt bij het maken van lemen huizen, waar ze tussen palen gevlochten en daarna met leem en stro besmeerd werden.

Hazelaar_0018Hazelaars, die zich in één van de vele houtwallen in de Maatlanden bevinden.

Hazelaars voelen zich thuis in de gematigde loofbossen. Deze waren ook volop aanwezig in ons land tussen de ijstijden van het Midden-Pleistoceen, de zogenaamde interglacialen. Deze periodes werden weer afgewisseld met ijstijden, glacialen, waar bij de aanwezige loofbomen verdrongen werden door bossen, bestaande uit naaldhout.

Hazelaar_0019De hazelaar komt in de Maatlanden ook voor in de minder droge gebieden.

De hazelaar trok zich naar de plaatsen waar de struik geen last had van het koude weer en de ijstijden wist te overleven. Vaak waren dit kleine gebieden in de bergen van Zuid-Europa met een niet te droog, maar ook niet te koud klimaat. Toen, ongeveer 9000 jaar geleden de laatste ijstijd voorbij was, bleek de hazelaar zich als eerste van de schaduwhoutgewassen, waar men de hazelaar toe rekent, die terugkeerde naar het noordwesten van Europa en zich hier grote gebieden wist uit te breiden.

Hazelaar_0020In het prille april zonnetje beginnen de hazelaars in en rond de houtwal uit te lopen.

De hazelaar is dus niet zomaar een struik, die in de Maatlanden voorkomt. Het zal waarschijnlijk de eerste uit de schaduwhoutgewassen geweest zijn, die zich in de prille loofbossen thuis hebben gevoeld na de laatste ijstijd. Een ijstijd die alleen kou bracht in het gebied; de grote ijsmassa’s van een gletsjer bereikten het noorden van Nederland net niet. Had u dit gedacht terwijl u uw broodje een chocolade hazelnoot pasta aan het eten bent? Ik eerst ook niet.

Hazelaar_0021

De gewone klimop (Hedera helix).

Helix_0000Een blik over de vele klimopbladeren tijdens de zomer. Het was één van die momenten waar ik mij in een groot sprookjesbos waande, dat door Anton Pieck geschilderd had kunnen zijn.

Een plant die overal en talrijk voorkomt in alle Nederlandse bossen en het symbool van zowel trouw als het eeuwige leven, is toch wel de omklemmende spiraal. Grofweg is dat de vertaling vanuit het Latijn naar het Nederlands voor de plant die de naam klimop, Hedera helix, draagt.

Helix_0002De verspreid staande bladeren van de klimop blijven ook in de winter groen. De immer groene bladeren staan dan ook symbool voor het eeuwige leven. En toch ontging mij het niet, dat er nu in de winter, op de stam van deze eik ook een aantal roodgekleurde bladeren aan de plant voorkomen.

Voor de Germanen was de klimop een heilige plant en wijdde men de plant aan Thor, de god van de donder. Thor is natuurlijk Donar in het Nederlands, in het Fries spreekt men van Tonger. Immers, de Friezen stammen af van de Germanen en niet, zoals veel Drenten denken, van een lispelende Drent met een hazenlipje.

Ook had de klimop een andere grote betekenis, voordat het christendom er mee aan de haal ging. De klimopbladeren zijn wintergroen en werden naast hulst zodanig gebruikt in die tijd als decoratie tijdens het winterzonnewende feest, dat ook wel midwinterfeest wordt genoemd, op 21 december. Tevens werd er aan de goden verzocht om de nieuwe groei te komen waarderen.

Helix_0003De klimop bedekt ook graag de bodem. Gecultiveerde versies van de plant, en andere familieleden, worden dan ook veel gebruikt bij de aanleg van tuinen. Ook bij de klimop op de grond zijn de rode bladeren aanwezig.

De klimop werd in het verleden door de Romeinen gezien als de heilige plant van de Bacchus, de god van de wijn, van de roes en van dronkenschap. De Romeinen dachten dat de klimop hen zou beschermen tegen dronkenschap, vandaar dat er buiten aan de herbergen en kroegen vaak uithangborden met klimopranken erop afgebeeld hingen.

Helix_0001Het lijkt erop alsof de klimop als een warme deken over de dode boomstam heen is gekropen, het is echter de schijn die bedriegt. De klimplant was al tegen de boomstam aangegroeid voordat deze omviel, maar had het geluk dat zijn stengel niet afgescheurd of uit de grond getrokken werd.

De immer groene en de verspreid staande bladeren van de gewone klimop verschillen nogal eens van vorm. Natuurlijk, de bladeren van de bloeivorm zijn meer eirond en de andere bladeren zijn drie- of vijflobbig.

Helix_0006Een vijflobbig blad van een klimop die zich op de bodem bevindt en waarvan de middelste lob een iets stompe vorm heeft.

De gelobde en leerachtige bladeren zijn kaal en glanzig, en bezitten een hartvormige voet. Vooral de middelste lob van de bladeren wil nogal eens van vorm en lengte verschillen. De verschillen komen we zowel tegen bij planten die in een boom groeien, als bij exemplaren die de bodem bedekken. Soms krijg het vermoeden dat het om de Atlantische klimop (Hedera hibernica) zou kunnen gaan, maar dan kijk je even een paar takken verder en dan zijn de bladeren weer net even iets anders.

Helix_0007Een blaadje met drie lobben, waarvan het middelste lob duidelijk langer en scherper van vorm is. Dit blad bevindt zich aan een stengel in een boom.

Het is echter niet zo verwonderlijk dat cultivars, doorgekweekte vormen van de plant, of andere soorten uit de Hedera familie in de bossen voorkomen. Niet iedere hobby tuinder gooide zijn tuinafval in de groene container. Diegene die vlakbij een bos of houtwal woonde, vond het gemakkelijker het tuinafval hier te dumpen. Het verklaart ook waarom bijvoorbeeld het beruchte zevenblad, in veel bossen te zien is.

Helix_0010Een bloeitak van een klimop met daaraan de nog in de knop zittende bloesems.

De tweeslachtige bloem van de klimop vormt bolvormige schermen. Met tweeslachtig wordt bedoeld dat een bloem over zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen beschikt. Meer over de bevruchting van de bloeiende bloemen van de klimop kunt u lezen in het artikel “De schoonheid en het beest“.

Helix_0008Een nog jong blaadje aan de bloeitak. Het blaadje heeft nog niet de typische eironde vorm aangenomen. Deze eironde vorm is kenmerkend voor de takken waaraan zich de bloemen vormen.

De gewone klimop bloeit in de herfst, zo rond het begin van september tot en met december. De donkerblauwe tot zwarte bessen zijn 8 tot 10 millimeter groot en bevatten een steenvrucht, die zeer kortlevend is. Als de bloeitakken gestekt worden,dan ontstaat er een klimopplant die geen klimstengels meer kan vormen. Deze vorm wordt in siertuinen gebruikt voor de zogenaamde bolvormige klimop.

Helix_0009Als de bloem uitgebloeid en bevrucht is, kleuren de tot bessen vervormde vruchten zwart.

Vaak wordt gedacht dat bomen te lijden hebben onder de klimopbegroeiing. Enkele simpele zielen proberen de gewone klimop van de boom af te halen. Dit is onzin, de enige schade die de klimop bij gezonde bomen kan aanrichten, zal van esthetische waarde zijn. De houtige stengels kunnen meters lang worden en hebben speciale hechtwortels. Ze kunnen klimmen of kruipen en dan gaan ze wortelen.

Helix_0004Doordat de Hedera helix een krachtige en overheersende bodembedekker is, biedt deze aan vele kleine diersoorten een goede beschutting tegen rovers. Zeker in combinatie met dode bladeren op de grond, blijkt het voor een kikker de ideale camouflage te zijn om niet gezien te worden. De rode mier op het blad zal zich van geen kwaad bewust zijn.

De watermunt (Mentha aquatica).

Mentha_0004De watermunt (Mentha aquatica) voelt zich enorm thuis in de natte gebieden van de Maatlanden,zoals hier op één van de oevers naast de kikkerpoel.

Rondom de natste plaatsen, die zich in enkele weilanden van de Maatlanden bevinden, hangt vanaf het einde van de maand juni een typerende doordringende geur die tot ver in november aanwezig is en niet altijd eenvoudig thuis te brengen is. Het is een geur die doet vermoeden, dat er ergens veel drop moet liggen en langzamerhand als je de natte gedeelten bereikt, overgaat naar een zachte peppermuntgeur.

Mentha_0005De watermunt oefent door zijn sterke geur een sterke aantrekkingskracht uit op vele insectensoorten. Zelfs voor de mens is de plant al van verre waar te nemen.

De zachte peppermuntgeur is afkomstig van de watermunt (Mentha aquatica), een plant uit de familie van de lipbloemen (Lamiaceae). Naast dat de plant in Friesland “wylde balsem” genoemd wordt, draagt de plant meerdere Nederlandse namen zoals aalkruid, bakkruid, boerenbalsem en vlooienkruid. De watermunt bloeit de hele zomer door met een prachtig lila kleurige bolvormige bloemen, die de frisse geur van pepermunt door de weilanden verspreiden.

Er bestaan een aantal verklaringen voor de Latijnse naam Mentha aquatica. Volgens de ene verklaring komt Mentha van de dochter van de Griekse watergod Cocytus, Menthê. Menthê werd door de Griekse god van de onderwereld Hades bemind en door zijn jaloerse echtgenote Persephone, de godin van het dodenrijk, in een plant veranderd.

Een andere verklaring, die iets logischer klinkt, gaat er vanuit dat Mentha aquatica afstamt van het Griekse woorden Minths en Aquatica. Minths staat voor “iets sterk ruikend” en Aquatica voor “in het waterwonend”.

Mentha_0003Niet alleen de bloem van de watermunt bloeit prachtig, de vorm van de bloemknoppen hebben ook iets mythologisch en lijken wel beetje op een ananas.

De lichtroze tot lila gekleurde bolvormige bloemen van de plant zijn tweeslachtig. Dit wil zeggen dat de bloem zowel over mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen beschikt. Onder de bloem zitten vaak nog één of twee aparte schijnkransen. Een schijnkrans is een bloeiwijze die de familie van de lipbloemen (Lamiaceae) typeert en bestaat uit twee ineen gedrukte schermpjes van bloemen (zie onderstaande afbeelding). Soms bevinden zich in plaats van schijnkransen ook kleine bloeiende zijtakjes in de bladoksels.

De kleine roze bloemetjes vormen een bol en zijn tussen 4 tot 7 millimeter lang, waarbij de meeldraden buiten de bloem steken. De kelk van het bloemetje bezit een buisachtige vorm, wordt 3 tot 5 millimeter lang en heeft 5 smalle driehoekige tanden. De tanden zijn langer dan breed, behaard en duidelijk generfd.

Mentha_0006Een nachtvlinder snoept van de nectar. De kenmerkende schijnkransen zijn duidelijk te zien onderaan op de afbeelding.

Als het bloemetje bevrucht is, vormt het langlevende zaden in een vorm van een splitvrucht. Deze kiemen met twee kiemblaadjes en zijn dus tweezaadlobbig. Maar voordat er zaad gevormd kan gaan worden, dienen de bloemen bezocht te worden door bijen, insecten of vlinders.

Mentha_0001De prachtig roze gekleurde bloemetjes zijn een lust voor het oog. Vooral in de combinatie met de heerlijke mint geur ontstaat er een betoverende sfeer rondom de plant. Een betoverende sfeer die werkelijk geen enkel insect kan weerstaan.

En dat de geurende bloemetjes bezocht worden door de bijen, insecten of vlinders! Soms zie je werkelijk hele horden zweefvliegen en vele soorten vlinders rond de bloeiende planten vliegen. Dit op zijn beurt, trekt weer libellen aan, die zich tegoed doen aan de vele vlinders en andere vliegende insecten.

Mentha_0007Een vrouwelijk exemplaar van het icarusblauwtje (Polyommatus icarus) zuigt nectar uit één van de vele bloemetjes.

Wederom is de terugkeer van de watermunt in de weilanden te danken aan het huidige beleid, dat nu in de Maatlanden door Staatsbosbeheer wordt uitgevoerd. De terugkeer van vele plantensoorten, die dit vochtig gebied eens bevolkten, is niet alleen voor de Maatlanden een goed teken, maar ook voor de vele soorten insecten en dieren die afhankelijk van de insecten zijn.

Mentha_0008Koolwitjes en een bij doen zich tegoed aan al het lekkers dat de bloemetjes van de watermunt te bieden heeft.

Zweefvliegen (Syrphidae) komen in de Maatlanden in vele kleuren, soorten en vormen voor. Naar schatting komen er in Nederland 363 soorten zweefvliegen voor, waarvan er 303 soorten als inheems beschouwd worden.

Mentha_0000Een zweefvlieg doet zich tegoed aan de nectar, die zich in de bloemetjes bevindt.

Hoeveel van de soorten zweefvliegen er in de Maatlanden voorkomen kan ik u niet zeggen, wel dat het enorm veel soorten zijn. Voer voor de specialisten dus. Neemt echter niet weg dat de zweefvliegen waarlijk meesters zijn in het camoufleren. Zweefvliegen die op hommels lijken, hebben een harig achterlijf, soorten die op wespen lijken meestal niet. Anderen lijken weer spreken op bijen, er is keuze genoeg dus.

Mentha_0009Deze zweefvlieg heeft het uiterlijk van een bij. Ze probeert hier mee de dieren, die de zweefvlieg op het menu hebben staan, te verwarren.

We kunnen pepermunt (Mentha ×piperita) zien als een kind van de watermunt. Pepermunt is per toeval ontstaan uit een kruising van watermunt (Mentha aquatica) met aarmunt (Mentha spicata) in de zeventiende eeuw in Engeland in een veld met muntplanten. Pepermunt is inmiddels verworden tot een zich snel verbreidende, meerjarige, winterharde plant.

Mentha_0002Verschillende vlinders en zweefvliegen zijn te vinden op de prachtige bloemetjes van de watermunt.

Het pijpenstrootje (Molinia caerulea).

Pijpenstrootje_0001In veel van de zeer vochtige gebieden van de Maatlanden kunnen we het pijpenstrootje aantreffen. En zeker nu het winter is, vallen de grote pollen met de inmiddels lichtbruin gekleurde lange stelen en bladeren direct op.

Voor de ene natuurliefhebber is het een lust voor het oog, voor een ander een mooie waardplant voor vlinders en voor weer een ander is het pijpenstrootje (Molinia caerulea) haast een vloek. De vaste plant uit de grassenfamilie Gramineae, die ook wel Poaceae genoemd mag worden, is een zeer aanwezige bewoner van de natte tot zeer natte gebieden binnen de Maatlanden.

Pijpenstrootje_0000Door zijn grote rol bij de vergrassing van vooral de vochtige heidevelden, wordt de aanwezigheid van deze inheemse plant niet door iedereen gewaardeerd. Zo ook zijn aanwezigheid in het heiderestant dat zich nog in de Maatlanden bevindt.

Het pijpenstrootje, dat in Noord-Drenthe ook wel pieperaaien genoemd wordt, is een vaste inheemse plant die wel 120 centimeter hoog kan worden en bloeit van juli tot september. De plant valt vooral op in de winter en het vroege voorjaar door zijn lichtbruin tot geel gekleurde en fors ogende pollen. In het verleden werden de stijve stengels gebruikt om bezems van te maken en tabakspijpen te reinigen. Hieraan dankt de plant dan ook zijn naam. Deze grassoort heeft vrijwel geen voedselwaarde voor vee.

Pijpenstrootje_0003Een nog jonge plant nabij het heiderestant. Op de achtergrond is het gaas te zien, dat noodzakelijk is om het kwetsbare heiderestant te beschermen tegen bezoekers die de waarde van het gebied niet weten te waarderen.

Een van zijn eigenschappen maakt het pijpenstrootje minder geliefd bij de liefhebbers van heidevelden. Doordat het pijpenstrootje is één van de soorten is, die een rol spelen bij de vergrassing van heidevelden, probeert men hem te bestrijden door onder andere het inzetten van graasgeiten en schapen. Of dit in de toekomst ook nog gaat gebeuren op het heiderestant is nog maar zeer de vraag. De aanwezigheid van de plant beenbreek (Narthecium ossifragum) zou hier een rol in kunnen spelen.

Pijpenstrootje_0002In de maand augustus zijn de bloeiende pollen van het pijpenstrootje op hun mooist.

De aanwezigheid van het pijpenstrootje biedt echter niet alleen het nadeel van de oprukkende vergrassing. Het contrast dat het geeft met de langzaam van geel naar donker oranje verkleurende bloemen van de beenbreek en het paars van de heide, heeft ook iets bijzonders.

Pijpenstrootje_0004De aanwezigheid van beenbreek (Narthecium ossifragum) in en nabij het heiderestant zou een belemmering kunnen zijn om hier grazers uit te gaan zetten.

Voor veel natuurliefhebbers is ook de contrast tussen de kleuren van diverse planten een lust voor het oog. Hebben de weilanden in de Maatlanden veelal een gele overheersende gloed die veroorzaakt wordt door de vele bloeiende boterbloemen, het heiderestant biedt meer rust door het overheersende groen van het pijpenstrootje en de diverse ander grassoorten die hier voorkomen. Maar ook in de winter en het vroege voorjaar, als het nog vrij koud is, straalt het pijpenstrootje warmte af met zijn prachtig lichtbruin tot geel gekleurde pollen.

Pijpenstrootje_0005Een blik over het heideveldje tijdens de zomer. De rust straalt er vanaf. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vele bezoekers juist hier vaak even blijven staan om te genieten van het uitzicht.

Ook is het pijpenstrootje een waardplant voor het bont zandoogje (Pararge aegeria). Een vlindersoort die dan ook vrij veel voorkomt op de bloeiende planden die zich in de Maatlanden bevinden.

Voor sommigen is het pijpenstrootje een grassoort die veel in de Maatlanden te bewonderen is, voor een ander een vervelende plant die het heideveldje bedreigt en voor het bont zandoogje is het een kraamkamer.

Pijpenstrootje_0006Een bont zandoogje (Pararge aegeria) op een grashalm in één van de vele weilanden in de Maatlanden.

De rupsendoder (Cordyceps militaris).

Oranje Rupsendoder_0000Op het eerste gezicht lijkt de rupsendoder (Cordyceps militaris) een schattige knotszwammetje.

De rupsendoder (Cordyceps militaris) is misschien wel één van vreemdste paddenstoelen die we in de Maatlanden kunnen aantreffen. Het zou zelfs met enige fantasie wel het monster uit de film “Alien” kunnen zijn, zoals deze zwam uit zijn gastheer barst.

Oranje Rupsendoder_0001Maar in de natuur is ook niet alles wat het lijkt. Deze paddenstoel blijkt een vraatzuchtige parasiet te zijn.

Het slachtoffer van dit bijna buitenaardsachtig wezen, de naam rupsendoder zegt al, is een pop of larve van een vlinder of een mot. Het mycelium koloniseert de levende insecten, mummificeert het en houdt de biomassa net lang genoeg in leven, zodat het vruchtlichaam gevormd kan worden om de sporen te gaan produceren.

De poppen of larven van de vlinders of een motten bevinden zich in de grond of in goed vermolmd hout, wat betekent dat de we meestal slechts het kleine oranje vruchtlichaam kunnen ziet dat over een fijne wrattige ondergrond beschikt.

Oranje Rupsendoder_0002Een volwassen en een jong exemplaar van de rupsendoder naast elkaar tussen het mos.

Natuurlijk zou het een prachtig plaatje op leveren als ik een vruchtlichaam zou gaan uitgraven en de vraatzuchtige glorie van het zwammetje zou kunnen laten zien, maar ik heb het principe dat ik dus alleen de paddenstoelen fotografeer zodat anderen er ook nog van kunnen genieten. Immers, de natuur is voor en van iedereen en niet voor een paar “experts”.

De rupsendoder kan een lengte van ongeveer 6 centimeter bereiken en 1 centimeter dik worden. Het zwammetje komt voor in vrijwel alle biotopen in Nederland en is vrij algemeen.

De kleine vos (Aglais urticae).

Kleine Vos_0002De blauwe vlekken, die de vorm van een halve maan bezitten, geven de kleine vos (Aglais urticae) een mystieke uitstraling.

De kleine vos (Aglais urticae) is een van de vele vlindersoorten die we aankunnen treffen in Maatlanden. De bont gekleurde vlinder is een zeer algemene standvlinder. Met deze term wordt bedoeld, dat de vlinder minimaal 10 jaar lang in een bepaald gebied een populatie heeft.

Kleine Vos_0001De kleine vos gezien van de onderkant.

De algemeen voorkomende vlinder valt op, naast het vrolijk gedartel al vroeg in het jaar, door de oranje kleur, de zwarte vlekken, maar vooral door de prachtig blauwgekleurde vlekjes met een zwart randje op zijn vleugels die veel op een halve maan lijken.

Al vanaf juni is de eerste generatie te zien in en om de graslanden van de Maatlanden, de tweede generatie verschijnt in augustus en eet zich vol met nectar om zodoende de strenge winter te kunnen overleven.

Kleine Vos_0003Een kleine vos rust uit op een blad.

De grote brandnetel (Urtica dioica) is voor de vlinder van onschatbare waarde. De vrouwtjes van de kleine vos zetten de eitjes in groepen van veertig tot ruim honderd stuks af op de onderzijde van een nieuw blad van jonge planten.

De geelzwarte rups die uit de eitjes komt, doet zich te goed aan de bladeren van de plant. Dat verhaal is te lezen, en natuurlijk met bijbehorende afbeeldingen in het artikel “De rups van de kleine vos (Aglais urticae).

Kleine Vos_0004Zeker voor een mannetje is hoge distel ideaal, vooral als er brandnetels in de buurt staan. Dan verdedigt hij vanaf de distel in de middag, een territorium tegen mannelijke soortgenoten.

Het icarusblauwtje (Polyommatus icarus).

Icarusblauwtje_0000Een vrouwelijk exemplaar van het icarusblauwtje (Polyommatus icarus) zuigt nectar uit een bloem van de watermunt (Mentha aquatica).

Het icarusblauwtje (Polyommatus icarus) is van de blauwtjes in Nederland de soort die het meest voorkomt en is te vinden op en rondom de kruidenrijke graslanden en ruigten binnen de Maatlanden. Zeker nu Staatsbosbeheer de graslanden tussen de bossen laat verschralen en deze geen dienst meer doen als weilanden voor het vee, zie je naast veel planten en het icarusblauwtje ook weer andere vlindersoorten verschijnen.

Icarusblauwtje_0001Een mannelijk exemplaar op een stengel van de pitrus (Juncus effusus).

Ondanks dat het icarusblauwtje maar een relatief klein vlindertje is, de vleugellengte is circa 15 millimeter, valt vooral het mannetje op door zijn helder blauwe verschijning. Het vrouwtje is bescheidener qua kleuring, zij is bruin of bruin met blauw van kleur.

Zodra het in mei warmer gaat worden, is de eerste generatie icarusblauwtjes al vrij snel te zien. In een goed vlinderjaar zijn er zelfs 3 generaties die elkaar overlappen en zijn de vlinders zelfs tot in oktober nog te zien in de graslanden van de Maatlanden.

Icarusblauwtje_0002De nectar van de witte klaver (Trifolium repens) is onweerstaanbaar voor dit mannetje.

Het icarusblauwtje voedt zich vooral met de nectar van vlinderbloemigen, in de Maatlanden zijn dat vooral de klaver- en wikkesoorten, waar ze laag overheen vliegen. Ze overnachten ook op deze planten en hangen dan ondersteboven in groepjes aan de blaadjes.

De eitjes worden tussen de bovenste bladeren, op de jonge nog niet bloeiende planten, van gewone rolklaver afgezet. De groen gekleurde rups is vrijwel het hele jaar door aanwezig en eten van het tussenweefsel van het blad. Dit doen ze zo, dat de buitenlaag intact blijft. De grotere rupsen doen zich te goed aan het hele blad. De rups overwintert op of onder de waardplant, de verpopping vindt echter op de grond plaats.

Icarusblauwtje_0003_RolklaverDe gewone rolklaver (Lotus corniculatus) is de waardplant voor het icarusblauwtje.

Naast dat Staatsbosbeheer de graslanden tussen de bossen laat verschralen en zodoende veel kruidachtige planten en vlinderbloemigen terugkeren in het gebied, krijgen ook de distelsoorten weer de gelegenheid om weer te keren in de voormalige weilanden.

Icarusblauwtje_0004Een mannetje op een bloem van een kale jonker (Cirsium palustre).

Ook de kale jonker (Cirsium palustre) voelt zich inmiddels heerlijk thuis op de plaatsen waar hij ongemoeid kan groeien en buiten het bereik van de maaimachines staat. Deze vederdistel is weliswaar geen waard- of voedselplant van het icarusblauwtje, maar het vlindertje vertoeft maar als te graag bij deze, tot wel 120 centimeter hoog wordende plant.

Icarusblauwtje_0005Het mannetje nogmaals, maar nu op een pluizige kop van de kale jonker.

In augustus, als de piektijd aanbreekt van het icarusblauwtje, zijn de speelse vlindertjes vaak te zien in en rondom de graslanden van de Maatlanden. Meestal ziet men van verre al de mannetjes als kleine blauwe stipjes over de planten vliegen.

Om de minder opvallende vrouwtjes te kunnen zien, dient men geduldig te zijn en een verrekijker bij zich te hebben. Deze bevinden zich vaak op de ontoegankelijke gedeelten van de graslanden. Naast dat Staatsbosbeheer een verschralingsbeleid in dit gebied toepast, voert met ook een beleid om dit soort kwetsbare gebieden voor de toekomst te beschermen. Iets wat niet alleen de vegetatie ten goede komt, maar ook het icarusblauwtje.

Icarusblauwtje_0006Het mannetje van het icarusblauwtje blijft een prachtige verschijning.

Ondanks dat het vrouwtje van het icarusblauwtje minder opvallend gekleurd is, blijft het prachtig om te zien hoe zij de bloem van de watermunt (Mentha aquatica) systematisch afzoekt naar de, voor de vlinder, overheerlijke nectar, zoals hieronder mooi te zien is.

Icarusblauwtje_0007a

Icarusblauwtje_0007b

Icarusblauwtje_0007c

Icarusblauwtje_0007d

Icarusblauwtje_0007e

Icarusblauwtje_0007f

Icarusblauwtje_0007gIcarusblauwtje_0007h

Er werden nachtvlinders geteld in de Maatlanden.

Vlindertelling_0000Een van de nachtvlindersoorten die gespot werd.

Donderdag 5 september was het zover, er werd een nachtvlindertelling gehouden door de lokale afdeling van het IVN. Onder de bezielende leiding van Minko van der Veen, vlinderliefhebber in hart en nieren, ging een groep van ongeveer 10 vrijwilligers aan de slag om tijdens de nacht de verschillende soorten nachtvlinders te gaan tellen.

Vlindertelling_0001Terwijl de stellage voor de witte lakens opgezet worden, is er ook nog tijd om de zelfgemaakte jam uit te delen.

Eerlijk gezegd was ik niet op de hoogte van het evenement, althans ik was mij er niet van bewust totdat ik die donderdagmiddag er door een van de deelnemers op gewezen werd.

Het leek mij een mooie afleiding, na dag zweten in de graslanden van de Maatlanden, de warmte ‘s avonds in huis te ontvluchten en samen met mijn vrouw eens een kijkje te gaan nemen bij de activiteiten die plaatsvonden aan de rand van de Maatlanden.

Vlindertelling_0002aHet witte laken om de nachtvlinders te gaan strikken wordt opgezet.

Daar wij wat aan de vroege kant verschenen, het was nog licht, hadden we even tijd om met enkele vrijwilligers van gedachten te gaan wisselen.

De echte diehards, uitgerust met thermoskannen vol thee, hadden er zin aan. De tafeltjes en krukjes werden op hun plaats gezet en de vlinderboeken, schepnetjes, zaklantaarns en plastic potjes lagen al in de aanslag. De jacht op de nachtvlinders kon gaan beginnen in de inmiddels ingevallen duisternis.

Vlindertelling_0003Met een mok thee in de hand en de boeken over diverse soorten nachtvlinders binnen handbereik is het wachten op de vlinders.

Als snel na het ontsteken van de grote gloeilampen ontstond er een drukte van belang op de witte lakens. Steekmuggen langpootmuggen, wantsen en zelfs een enkele wesp waagde zich op de witte lakens.

Vlindertelling_0004Vol met spanning wordt de eerste nachtvlinder opgemerkt en bestudeerd.

Niet snel daarna volgden de eerste nachtvlinders. ‘Een microotje’ riep een van de vrijwilligsters. Daarmee bedoelde ze dat het een klein nachtvlindertje was. De experts noemen de kleine nachtvlinders ‘micro’ en de grotere soorten worden ‘macro’ genoemd.

Als snel werd het beestje opgevangen om nader te bestudeerd te worden. Een grote zaklantaarn werd ontstoken en de nachtvlinder werd opgezocht in een boek. De naam werd genoteerd en het beestje kon zijn weg vervolgen.

Vlindertelling_0005Door middel van boeken werden de nachtvlinders geïdentificeerd.

Al met al was het een hele belevenis om deze diehards van het IVN zo bezig te zien om de aantallen van de vele nachtvlinderpopulaties bij te houden. Helaas konden wij niet langer blijven, dus hoeveel nachtvlinders en welke soorten zijn geteld is mij nog niet bekend. Maar ik neem aan dat het een succes geworden is.

En laten we niet vergeten dat nachtvlinders ook een belangrijke rol spelen in de natuur en niet enkel irritant om een lichtbron heen dansen.Vlindertelling_0006Het gereedschap van de ijverige vrijwilligers.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers like this: